De restauratie van de Domtoren, verschillende restauratieopvattingen verenigd

  • Menno Wiegman

Samenvatting

In 1899 the municipality of Utrecht decided upon a thorough restoration of the cathedral tower so as to restore it to its original state. However, the restoration committee led by the Roermond architect P.J.H. Cuypers (1872- 1922) could not complete the work in its original composition. The work took such a long time that in 1922 the committee came under the chairmanship of railway architect G.W. van Heukelom (1870-1952). Meanwhile the prevailing views on restoration were changing. Van Heukelom put an end to the rational Gothic style of Cuypers and continued the work in his own individual way. Whereas the original committee wanted to restore the tower to an almost ideal state, using historicizing forms and styles, Van Heukelom was looking for a way to restore the original character of the monument without reverting to the past. He made use of contemporary views on style and beauty. Van Heukelom was strongly influenced by H.P. Berlage and his vision that true beauty arose from society. Consequently, Van Heukelom gave his workmen a free rein. His restoration is characterized by the use of contemporary techniques and the use of brick. According to Van Heukelom the new elements had to be recognizable as such, but would have to be in harmony with the old parts as well. Consequently, the work of Van Heukelom is characterized by a large degree of austerity. The newly built reception building, for instance, is as much detached from the tower as possible, while at the same time the modern design is inspired by the tower. Various ‘generations’ of architects were involved in the restoration. Their different views on restoration are still visible in the monument.

Referenties

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-3 29800.

G.W. van Heukelom, Geschiedenis en herstellingswerken van den Domtoren te Utrecht tot 1929, Bilthoven 1929, 43.

J. Kalf (red.), Grondbeginselen en voorschriften voor het behoud, de herstelling en de uitbreiding van oude bouwwerken, Leiden 1917.

W.F. Denslagen, Omstreden herstel. Kritiek op het restaureren van monumenten, Den Haag 1987, 172.

Kalf 1917, 25.

Kalf 1917, 25.

F.J. Nieuwenhuis, De restauratie van den Domtoren te Utrecht, Utrecht 1912, 8.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-3 29800, F.J. Nieuwenhuis aan B.&W, 1 juli 1898.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-3 29800, F.J. Nieuwenhuis aan B.&W, 1 juli 1898.

Th. Haakma Wagenaar, Memorandum Domtoren, Utrecht 1975, 55.

Nationaal Archief, Den Haag inv. nr. 2.04.13.05, S.Muller, ‘Bijlage B’, Utrecht 1899.

A.J.C. van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, P.J.C. Cuypers als restauratiearchitect, Zwolle 1995, 91.

Het Utrechts Archief, inv. Nr. 1007-3 29800, Ministerie van Binnenlandse Zaken aan B&W van Utrecht, 13 juni 1899.

Haakma Wagenaar 1975, 53.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-3 29800, F.J. Nieuwenhuis aan B.&W, 1 juli 1898.

Haakma Wagenaar Utrecht 1975, 57.

E.J. Haslinghuis en C.J.A. Peeters, De Dom van Utrecht, ’s-Gravenhage 1965, 464.

Nationaal Architectuur Instituut, Rotterdam, Cuypers Bureauarchief, inv.nr. g.108.1., P.J.H. Cuypers aan minister Th. Heemskerk 16 mei 1881.

A.J.C. van Leeuwen, Pierre Cuypers Architect (1827-1921), Zwolle 2007, 229.

Van Leeuwen 2007, 252.
Het Utrechts Archief, invnr. 1007-3 29800, F.J. Nieuwenhuis aan B.&W, 1 juli 1898.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-2 4959, Notulen van de Commissie tot herstel van de Domtoren, 9 september 1907.

Nationaal Archief, Den Haag, inv.nr. 2.04.13.05, V.E.L. de Stuers, Nota Domtoren te Utrecht, 21 juni 1909.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-2 4959, Notulen van de Commissie tot herstel van de Domtoren, 11 augustus 1909.

Nieuwenhuis 1912, 8.

Haakma Wagenaar 1975, 70.

F.J. Nieuwenhuis, ‘Verslag van de vergadering van de afdeling Utrecht’, Bouwkundig Weekblad 1(1881), 125.

F.J. Nieuwenhuis, ‘Het oordeel van een partijdige’, Bouwkundig Weekblad, 4(1884), 279.

F.J. Nieuwenhuis, ‘Nieuwe toevoegsels aan oude kerkgebouwen’, Bouwkundig Weekblad 5(1895), 276.

Nieuwenhuis 1895, 277.

F.J. Nieuwenhuis, ‘Nog eens de Domkerk te Utrecht’, Bouwkundige Bijdragen, 24 (1904), 563.

F.J. Nieuwenhuis, ‘Herstellen of vervallen’, Bouwkundig Weekblad 25(1905), 459.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-2 4960, B&W aan commissie, 4 april 1922.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-2 4959, Notulen van de Commissie tot herstel van de Domtoren, 3 oktober 1922.

Kalf 1917, 6.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-3 29800, Nieuwenhuis aan B.&W, 1 juli 1898.

C.A. Schilp, ‘De Domtoren in zijn oude luister hersteld’, Buiten 23 (1929), 402.

Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 24 december 1928.

Het Utrechts Archief, inv.nr. 1007-2 4959, Notulen van de Commissie tot herstel van de Domtoren, 17 november 1923.

Het Utrechts Archief, inv.nr 1007-3 29805, Commissie aan B&W, 28 november 1924.

Denslagen 1987, 178.

Het Utrechts Archief, inv.nr.1007-2 4959, Notulen van de Commissie tot herstel van de Domtoren, 27 november 1923.

Denslagen 1987, 174.

Van Heukelom 1929, VIII.

J.G. Roding, ‘Heukelom, George Willem van (1870 – 1952)’, in: Biografisch woordenboek van Nederland, 5 Den Haag 2002.

H. van Heukelom – van den Brandeler, Dr.Ir G.W. van Heukelom; De ingenieur – de bouwmeester – de mens, Utrecht 1953, 98.

A. van der Woud, Waarheid en karakter, het debat over de bouwkunst 1840 – 1900, Rotterdam 1997, 376.

H.P. Berlage, Schoonheid in samenleving, Rotterdam [tweede druk] 1924, 27.

Berlage 1924, 15.

Berlage 1924, 25.

G.W. van Heukelom, ‘De Domtoren te Utrecht en zijne herstellingswerkzaamheden’, Jaarboekje van Oud-Utrecht 5 (1927) p. 32

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 55.

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 57.

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 75.

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 58.

Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 24 december 1928.

‘Verslag van de algemeene zomervergadering van de vereeniging van Delftsche ingenieurs’, De Ingenieur 44 (1929) 357-358.

Schilp1929, 402.

Kalf 1917, 28.

Denslagen 1987, 178.

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 56.

Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 24 december 1928.

Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 24 december 1928.

Van Heukelom - van den Brandeler 1953, 57.

Het Utrechts Archief inv.nr. 1007-2, 4959, Notulen van de commissie
tot herstel van de Domtoren 1901-1928, 14 februari 1928.

Biografie auteur

Menno Wiegman
Menno Wiegman, MA studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Momenteel is hij werkzaam als projectadviseur bij het K.F. Hein Fonds in Utrecht. In 2009 verrichte hij in opdracht van RonDom, exploitant van de Domtoren, onderzoek naar de restauratie van de Domtoren. De resultaten van dit onderzoek vormen samen met zijn eindscriptie de basis van dit artikel. Naast zijn werk is Menno secretaris van de Historische Vereniging Oud-Utrecht.
Hoe te citeren
WIEGMAN, Menno. De restauratie van de Domtoren, verschillende restauratieopvattingen verenigd. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 222-233, dec. 2010. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Wiegman222>. Datum gebruik: 22 mei 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.109.2010.6.126.
Gepubliceerd
2010-12-01