De skeletten uit het grafmonument te Rijnsburg: een hernieuwd onderzoek

  • E.H.P. Cordfunke
  • K. van der Borg
  • G.J.R. Maat

Samenvatting

A renewed research of the remains of skeletons in the sepulchral monument at Rijnsburg, which were excavated in the years 1949/50 and were then ascribed to family members of the count of Holland, took place in the years 1995/96. A bone sample was taken from the left thighbone of each of the 16 skeletons for the purpose of 14C datings. The results show a 300 to 600 years' discrepancy with the supposed historical data. From the physiological-anthropological research it was concluded that the demographic and osteopathological findings are inconsistent with the historically known information to such a degree, that there is no ground for a positive identification with the members of the count's family of Holland buried at Rijnsburg.

An extensive analysis of all the historical and archaeological information with respect to these skeletons, in combination with the above-mentioned research results, led to the conclusion that the researched skeletons belonged to a sepulchral field below the foundations of the church, which was there before the abbey church was built. This sepulchral field forms part of the settlement known from historical and archaeological information and for the greater part dates back to the 9th to 11th centuries, with a few graves dating from the Merovingian period (early 7th century).

##submission.authorBiographies##

E.H.P. Cordfunke
Prof. Dr. E.H.P. Cordfunke verrichtte namens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek tot 1990 oudheidkundig bodemonderzoek in de stadskern van Alkmaar, waarover hij tal van artikelen publiceerde, onder meer 'Thirty years of archeological investigation in Alkmaar's town centre', in: Berichten ROB (1990) 333-387. Hij publiceerde voorts artikelen en een aantal boeken op het gebied van archeologie en middeleeuwse geschiedenis, onder meer Opgravingen in Egmond. De abdij van Egmond in historisch-archeologisch perspectief (Zutphen 1984), (samen met P.W.N. Hugenholtz) Gravin Petronilla van Holland. Holland in het begin van de 12de eeuw (Zutphen 1990) en (samen met D.E.H. de Boer) Graven van Holland. Portretten in woord en beeld (Zutphen 1995/1997). Tezamen met D.E.H, de Boer en H. Sarfatij redigeerde hij het boek Wi Florens… De Hollandse graaf Floris V in de samenleving van de 13de eeuw (Utrecht 1996).
K. van der Borg
Dr. K. van der Borg is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen op een kernfysisch onderzoek. Sinds 1979 is hij werkzaam bij het instituut voor Subatomaire Fysica aan de Universiteit van Utrecht waar hij de methode van 'Accelerator Mass Spectrometry' heeft ontwikkeld. Met deze methoden worden dateringen uitgevoerd aan de hand van radionucliden voor toepassingen in een breed scala van onderzoeksdisciplines op korte en lange tijdschalen. De meeste toepassingen vinden plaats op een tijdschaal tot 50.000 jaar met 14C dateringen. De gevoeligheid van de methode wordt sinds kort benut voor antarctisch onderzoek, waarbij ijs wordt gedateerd aan de hand van ingesloten luchtbelletjes, en voor onderzoek waarbij de aardse leeftijd van meteorieten wordt bepaald door middel van de resterende activiteit in de meteoriet. Recente publicaties betreffen onder meer de methodiek: ‘Precision and fractionation in AMS analysis’, in Nuclear Instruments and Methods B 123 ( 1997), pp. 97-105.
G.J.R. Maat
Dr. G.J.R Maat studeerde medicijnen in Leiden, waar hij in 1973 zijn arts examen deed en in 1974 promoveerde. Van 1974 tot 1976 doceerde hij (neuro)anatomie, embryologie en microscopische anatomie in Paramaribo aan de universiteit van Suriname en aansluitend van 1977 tot 1984 aan de Rijksuniversiteit Leiden. In deze laatste periode werd eveneens het onderwijs en het onderzoek in de fysische antropologie aan zijn verantwoordelijkheid toegevoegd. Na een onderbreking, waarin hij als Associate Professor aan de universiteit van Kuwait en als Visiting Professor verbonden was aan de vakgroep Functionele Anatomie van de Universiteit van Utrecht, is hij sinds 1993 weer aan de Rijksuniversiteit Leiden verbonden voor het geven van anatomisch onderwijs. Tevens werd hij daar coördinator van Barge's Anthropologica, Centrum voor Fysische Antropologie, voor het geven van het betreffende onderwijs en het doen van fysisch antropologisch en forensisch skeletonderzoek. Naast de publicatie van een anatomische atlas en een vijftigtal wetenschappelijke artikelen in anatomische en fysisch-antropologische tijdschriften, was hij t.b.v. het skeletonderzoek betrokken bij tal van opgravingen in binnen-en buitenland. Met het doel de kennis en ervaring op het gebied van fysische antropologie voor Nederland te behouden, was hij in 1984 medeoprichter van de Nederlandse Vereniging voor Fysische Antropologie.
Hoe te citeren
CORDFUNKE, E.H.P.; VAN DER BORG, K.; MAAT, G.J.R.. De skeletten uit het grafmonument te Rijnsburg: een hernieuwd onderzoek. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 1-14, feb. 1998. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Cordfunke1>. Datum gebruik: 21 nov. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.97.1998.1.398.
Gepubliceerd
1998-02-01