Jeruzalem Amsterdam. Restaureren versus renoveren.

  • Hielkje Zijlstra TU Delft, Architecture

Samenvatting

In 2002 werd de woonwijk Jeruzalem in Frankendaal, Amsterdam bedreigd met sloop. Die heeft tot op heden niet plaatsgevonden, maar in de afgelopen jaren is er veel gebeurd. Er zijn zes blokken tot rijksmonument verklaard, maar een zekere toekomst is voor de buurt nog niet weggelegd. Het langdurige gevecht voor behoud en waardering en de wijze waarop duurzaamheid onderdeel is geworden van de instandhoudingsopgave maken Jeruzalem een boeiend onderzoeksobject. In dit artikel worden de bestaande gebouwen onderzocht vanuit het perspectief van ontstaan, bestaan en ver(der)gaan met betrekking tot de schaalgebieden context, object en detail.

De woningen kwamen direct na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog tot stand binnen het Algemeen Uitbreidingsplan van Cornelis van Eesteren (1897-1988) uit 1939. De stedenbouwkundige uitwerking werd verzorgd door Jacoba Mulder (1900-1988). De architecten Ben Merkelbach (1901-1969) en Piet Elling (1897-1962) werkten 792 woningen uit in een duplex type, onder- en bovenwoningen die in 1952 werden opgeleverd. Het oorspronkelijke plan kenmerkt zich door een hoge kwaliteit, waarbij vooral de stedenbouwkundige uitwerking binnen groene hoven naar ontwerp van Mien Ruys (1904-1999) opvalt. De woningen zelf zijn uitgevoerd in systeembouw van beton, en de gevels werden bekleed met betonnen panelen.

In 2010 werden binnen Jeruzalem Frankendaal zes hoven en de school tot Rijksmonument verklaard waarbij er ondertussen werd gewerkt aan een restauratieplan. De kern van de vraagstelling verschoof van instandhouding ten dienste van de bestaande bewoners naar instandhouding ten dienste van het bestaande monument waarbij de reden om eventuele veranderingen door te voeren gebaseerd was op hetzelfde uitgangspunt: voldoen aan de hedendaagse eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van een woning betreffende duurzaamheid, comfort en veiligheid. Technische innovaties maakten mogelijk dat bij een gelijkblijvend beeld en vrijwel gelijkblijvende woningplattegronden een aanzienlijk verbetering kon worden doorgevoerd ten aanzien van de warmtehuishouding in de omhullende constructie. De gevelplaten werden vernieuwd, kozijnen werden vervangen, isolerend glas toegepast, installaties vernieuwd en constructies geïsoleerd.

De hoge kwaliteit van de stedenbouwkundige opzet van Jeruzalem Frankendaal, de haken in een groene hovenstructuur en de bescheiden woningarchitectuur, zijn altijd leidend geweest tijdens de jaren van planvorming in het kader van herstructurering. Opzienbarend is dat met geringe wijzigingen in de hoofdopzet van het oorspronkelijke ontwerp er een complex van 400 eengezinswoningen kan ontstaan op een toplocatie in Amsterdam.

Referenties

In de volksmond werd de woonwijk ‘Jeruzalem’ genoemd omdat ze associaties opriep met de stad Jeruzalem vanwege de witte bouwblokken van twee lagen hoog met platte daken. J. Mulder, ‘Het tuindorp Frankendaal in de Watergraafsmeer’, Polytechnisch tijdschrift (1952) 45-46, 789b-793b.

De situatie in heel Nederland net na de Tweede Wereldoorlog was als volgt: ‘Van de 2,2 miljoen woningen die het land in 1940 telde waren er 82.000 verwoest, 40.000 zwaar beschadigd en 386.000 licht beschadigd.’ Bovendien was er door de bouwstop van 1942 een achterstand ontstaan in de normale produktie van ongeveer 40.000 woningen per jaar. Op grond van deze gegevens berekende men dat het totale tekort in 1946 200.000 woningen bedroeg. Zie: H. Helling: ‘De woning als massaprodukt’, in: K. Bosma en C. Wagenaar (red.), Een geruisloze doorbraak, Rotterdam 1995, 242-267, 242. In Amsterdam waren er op 1 januari 1940 3289 woningbehoevende gezinnen voor wie geen woningen beschikbaar waren, een tekort dat bij de bevrijding was opgelopen tot ongeveer 12.700. Dit liep vervolgens op tot ongeveer 32.000 per 31 december 1951, om pas daarna geleidelijk af te nemen tot ongeveer 5.700 per 31 december 1966. Het spreekt daarom vanzelf, dat na de bevrijding in de eerste plaats aandacht moest worden besteed aan het aantal te bouwen nieuwe woningen. Zie: J.J. van der Velde, Stadsontwikkeling van Amsterdam,1939-1967, Amsterdam 1968, 227.

Vergelijk bijvoorbeeld de plannen voor de Watergraafsmeer uit 1933 en 1939 in: V. van Rossem, Het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, Rotterdam 1993, 251.

Congrès Internationaux d'Architecture Moderne (CIAM) was een groot internationaal platform dat in de eerste helft van de twintigste eeuw een grote stempel heeft gedrukt op het architectuurdebat. Dit platform bestond van 1928 tot 1959. Een van de belangrijkste ideeën die uit de CIAM voortkwam was het concept van ‘de functionele stad’ dat ook zijn weerslag had op gebouwniveau. Zie met betrekking tot Van Eesteren en de CIAM: K. Somer, De functionele stad. De CIAM en Cornelis van Eesteren, 1928-1960, Rotterdam 2007.

Mulder 1952 (noot 1), 789b-793b.

B. Merkelbach, ‘Naoorlogse Amsterdamse woningbouw’, Bouwkundig Weekblad (1955) 28, 337.

C. van Eesteren, ‘Frankendaal: een woonbuurt in de Watergraafsmeer te Amsterdam’, Forum (1952) 6/7, 187-193.

E. Kessel en F. Palstra, Ir Jacoba Mulder (1900-1988), Amsterdam 1994, 16-19.

J. Schilt en V. van Rossem, Tuindorp Frankendaal. Cultuurhistorische Effectrapportage, Amsterdam 2002, 41-44.

Nederlands Architectuurinstituut (NAi), Archief MELK, tekening t.49.6 133/187, 21 april 1949.

J. Schilt, ‘De Architect en de naoorlogse volkshuisvesting’, in: J. Schilt, V. Van Rossem en J. Smit (red.), De organische woonwijk in open bebouwing, Jaarboek Cuypersgenootschap 2001, Rotterdam 2002, 87-102.

‘De systeembouw in Nederland’, Polytechnisch Tijdschrift (b) (1959) 13, 110b-121b.

NAi, Archief MELK, tekening NM 8-002, 22 juli 1949.

R.S.F.J. van Elk en H. Priemus, Niet traditionele woningbouwmethoden in Nederland, Alphen aan de Rijn 1971.

Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Volkshuisvesting Frankendaal van 1949 tot 1951.

Z. Messchaert e.a,, Pracht in Prefab. Het Nemavo-Aireysysteem in Amsterdam, Amsterdam 2004.

J.H. Kruizinga, Watergraafsmeer, de geschiedenis van een polder, Amsterdam 1971.

http://www.kei-centrum.nl/pages/27633/Amsterdam-Jeruzalem-in-tuindorp-Frankendael.html. Geraadpleegd op 6 juni 2012.

J. Tellinga, De Grote Verbouwing, Rotterdam 2004, 87-93.

Tellinga 2004 (noot 19), 18.

T. Jansen en J. Gerbscheid, Jeruzalem Watergraafsmeeer. Onderzoek naar de technische staat van duplexwoningen en mogelijke ingrepen, Bureau P/A Amsterdam, 4 december 2000 en bijgesteld op 30 januari 2001.

M. Kuipers, Toonbeelden van Wederopbouw, Zwolle 2002, 38; J. van Santen, M. Kuipers e.a. (red.), Monumenten van Herrezen Nederland, Amersfoort 2007, 13.

Schilt en Van Rossem 2002 (noot 9). Aan Bertus Mulder stelde de auteur eind december 2002 het deelonderzoek beschikbaar dat in het kader van haar proefschrift werd uitgevoerd naar Jeruzalem: H. Zijlstra, Woonwijk Frankendaal Watergraafsmeer Amsterdam. Bouwtechnologisch Onderzoek, Delft 2002. Werkplaats voor Architectuur, Haalbaarheidsonderzoek Jeruzalem, Frankendaal. Behoud door herstel en vernieuwing, Utrecht 2003.

J. Schilt, ‘Een proces van Lange adem’, in: V. van Rossem, G. van Tussenbroek en J. Veerkamp, Monumenten & Archeologie, Jaarboek 9, Amsterdam 2010, 30.

Schilt 2010 (noot 24), 33.

Toekomstvisie Jeruzalem, woningcorporaties De Dageraad, De Key en Patrimonium in overleg met Stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, Amsterdam 15 augustus 2003.

http://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl, Complexnummer 528268 tot 528280. Geraadpleegd op 27 februari 2012.

R. Baltussen, Onderzoek naar ‘Jeruzalem’ Amsterdam. Onderzoek naar de mogelijkheden van behoud van de 6 hoven, Wormerveer Hooyschuur Architecten 16 april 2009.

R. Baltussen, Evaluatie proefwoning Jeruzalem, inclusief bijlage 1 t/m 23, Wormerveer Hooyschuur Architecten 15 juni 2011.

J. Kroon, Bouwkundig rapport 090302gev.100927jk t.b.v. bespreking 28-9-2010 bij BMA en RCE, Wormerveer Hooyschuur Architecten 27 september 2010; Brief van 7 december 2010 van RCE aan Lieven de Key, betreffende de inschrijving in het monumentenregister, 528268 (14 onderdelen), met bijlagen van 2 februari 2010.

Baltussen 2011 (noot 29), 25.

SAA, Interieur Eijkmanstraat 16 en 18, Dienst Volkshuisvesting Amsterdam 1950; NAi, archief MELK, tekening NM 3-072 (zonder datum).

Informatie door Jeroen Schilt (BMA) verstrekt aan de auteur op 11 oktober 2012. Een samengevoegde, gerenoveerde woning staat voor €150.000,- bouwkosten plus €100.000,- onrendabele top in de begroting. Daarmee is het plan als financieel onhaalbaar beoordeeld. Er werden vijf scenario’s voorgelegd, waarvan het plan van Rochdale (tekeningen 23 juli 2012) voor algehele sloop weer serieus werd overwogen.

Michiel Haas is directeur van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) en hoogleraar aan de TU Delft bij de faculteit Civiele Techniek, sectie Materials and Environment, chair Materials & Sustainability. Haas is gespecialiseerd in modelontwikkeling om milieu communiceerbaar te maken Zo werkt hij momenteel aan de geharmoniseerde nationale database voor bouwproducten, i.s.m. W/E adviseurs en IVAM (2009). In het verleden heeft hij zich bezig gehouden met de ontwikkeling van het TWIN-Model, de Milieu-Index, GreenCalc/PARAP, GreenCalc+ en het Nationaal Pakket Duurzame Monumentenzorg (DuMo).

Biografie auteur

Hielkje Zijlstra, TU Delft, Architecture

Dr. Ir. H. Zijlstra is werkzaam als universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, faculteit Bouwkunde, sectie RMIT. Zij is opgeleid als architect aan de TU Delft en werkte als zodanig tot 2001 bij architectenbureaus. In 2006 promoveerde zij op het onderzoek Bouwen in Nederland 1940-1970. Continuïteit + Veranderbaarheid = Duurzaamheid. De onderzoeksmethode uit het proefschrift werd doorontwikkeld tot de ABCD research method. Zij bekleedt functies bij Docomomo Nederland, en de commissie voor Welstand en Monumenten in Delft. Zij is lid van de Expert Commissie Urban Development van EU COST en treedt op als reviewer voor de European Science Foundation (ESF).

Hoe te citeren
ZIJLSTRA, Hielkje. Jeruzalem Amsterdam. Restaureren versus renoveren.. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 34-50, mrt. 2013. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/zijlstra34>. Datum gebruik: 17 nov. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.112.2013.1.603.
Gepubliceerd
2013-03-01