‘Bijwerken, overschilderen, vernissen of vernieuwen’, honderd jaar restauratiegeschiedenis van de schilderingen

  • Paul le Blanc
  • Karen Wisselaar

Samenvatting

Since 1903 a lot of wall paintings have been discovered in the main church in Breda, on the walls as well as on the pillars and vaults. Detailed attention has been paid to the art-historical aspects of the paintings in various publications. However, the techniques, the materials used and the considerations that led to the choice of a specific approach have hardly been accounted for. The archival documentation (photographs, letters, notes, reports and accounts) at the National Service for Cultural Heritage and the Municipality of Breda, however, provide important although still incomplete information. Even the latest restorations, executed in the nineties of the previous century, were not properly mapped by the parties involved.

It seems that in Breda it was not until long after the Reformation that the paintings were whitewashed; the paintings in the Prinsenkapel (Princes’ chapel) not until after 1819. It turned out that the paintings were already damaged and dirty before being whitewashed, and in some cases they had even been restored or touched up before. The whitewashing contributed to the preservation of the paintings to a considerable extent, because the paintings were protected by the whitewash. When in the early twentieth century the paintings emerged, they were once again exposed to negative factors (moist, pollution, and the like). The various restorations, however, have also had a great impact on the preservation of the authenticity of the paintings.

When the first paintings were discovered, many of them proved to be in a bad condition. Uncovering them too roughly, the earlier damage to them, but also the damp walls had seriously affected the paintings. Consequently, the restoration of the paintings was started very quickly.

These first restorations took approximately thirty years. After these restorations, however, the work was not completed yet and three more periods of large-scale restorations followed, which were to last the entire twentieth century. From the beginning of the restoration activities there was detailed discussion on the restoration method. The discussion was not so much about technical or material questions, but mainly about the degree of touching-up and completing and about the starting point that in principle restoration should consist of mere conservation, without additions and with the utmost limitation of touch-ups. In 1915 the Netherlands Society of Antiquarians (KNOB) formulated as one of its principles: ‘preservation has priority over renovation’.

This starting point always served as a guideline in the restorations, although in their execution touching-up or filling up voids nevertheless took place frequently. Restoration is a question of choosing and the choices were often personal and a product of the times. It is striking that from the 1990s onwards there was a growing desire among the church council of the main church to restore the paintings as much as possible to their ‘former glory’. The restorer concurred with this to a large extent.

The painting of the Annunciation and the vault paintings of choir and transept are distinct examples of this. After objections from the supervisory committee of the restoration somewhat more reserve was exercised in the restoration of the paintings in the nave.

Referenties

[Anoniem], ‘Muurschilderingen in de Groote- of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda’, in: De Prins (1903), 463-464.

J.R. van Keppel, ‘De muurschilderingen in de Groote of Lieve Vrouwekerk te Breda’, Bulletin Nederlandschen Oudheidkundigen Bond 5(1903-’04), 17.

A. Mulder, ‘De ontdekte muurschilderingen in de kerk der Nederlands Hervormde Gemeente te Breda’, Bulletin Nederlandschen Oudheidkundigen Bond 4(1902-’03), 145.

J.Kalf, De monumenten in de voormalige Baronie van Breda. De Monumenten van Geschiedenis en Kunst in de provincie Brabant, Utrecht 1912, 62, 72-86.

J.G. van Gelder, ‘Een aanvulling in margine’ Oudheidkundig Jaarboek (KNOB) 1939, 9-11.

J.R. van Keppel, Eenige wetenswaardigheden betreffende de Groote of Onze Lieve Vrouwe Kerk te Breda, uit oude rekeningen medegedeeld, Breda 1904 en Mulder 1902-’03.

Van Keppel (1904).

Kalf (1912), 58-123.

J. Por, ‘Technisch ondrzoek van een muurschildering te Breda’, Oud Holland 55(1938), 179-189; J.Por ‘Een fresco-schildering in de Groote Kerk te Breda’, Oud Holland 56(1940)a, 229-239; J. Por, ‘Gewelfschilderingen in de Princekapel te Breda’, Maandblad voor Beeldende Kunsten 17(1940)b, 206-213; J. Por, ‘Een merkwaardige Schildering in de Groote Kerk te Breda’, Oud Holland 60(1943), 37-43.

Van Gelder (1939), 9-11.

Hoogewerff (1936).

W. Haakma Wagenaar, Rapport Grote Kerk Breda restauratie en onderhoud schilderingen, Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap, 9991.

Van Keppel (1904), 48-49

Van Keppel (1904), 40.

Van Keppel (1904), 19.

Th. E. van Goor, Beschryving der Stadt en Lande van Breda, behelzende…., Den Haag 1744, 88.

F.F.X. Cerutti, ‘Gegevens over Bredase kunst en kunstenaars in de zestiende eeuw (I)’, Jaarboek van Geschied- en Oudheidkundige kring van Stad en Land van Breda ‘De Oranjeboom’, 13(1960), 10.

Cerutti (1960), 12.

Paul le Blanc heeft dit idee weerlegd. P.M. le Blanc, ‘De restauratie van muur- en gewelfschilderingen in de St.-Walburgiskerk te Zutphen opnieuw bezien’, Publikatie Oude Gelderse Kerken 18(1984), 151-154.

Van Keppel (1903), 12-15.

Kalf (1912), 79.

Van Keppel (1903), 17.

J.R. van Keppel, ‘De muurschildering “St. Christophorus” in de Groote Kerk te Breda’, Bulletin Nederlandschen Oudheidkundigen Bond, 8(maart 1907), 53-54.

Mulder (1902/1903), 145.

Van Keppel (1903), 15, 13.

Archief RDMZ, ds. 328: Omschrijving uitgevoerde herstelwerkzaamheden in 1932.

Archief RDMZ, ds. 328: 1932, aantekening van architect aan stichting kerk.

Rovers was al sinds 1924 werkzaam bij de kerk, bron: Archief RDMZ, ds. 330: 31/03/1961 brief aan Ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschap: toen Rovers in 1961 met pensioen zou gaan was hij al 37 jaar werkzaam bij de kerk.

Archief RDMZ, ds. 328: 05/04/1932 brief van RDMZ aan Van Nieukerken te ’s-Gravenhage.

Zie noot 22; Repertorium Grote Kerk, Gemeentearchief Breda, 1932/1934/1935.

Archief RDMZ, ds. 331: 31/10/1935 brief van Por aan directeur Rijksbureau Monumentenzorg

Archief RDMZ, ds. 331: 09/07/1938 brief van Por aan directeur Rijksbureau Monumentenzorg

Archief RDMZ, ds. 328: Omschrijving der in 1932 uit te voeren werken.

Uit het rapport van Haakma Wagenaar (1988) blijkt dat er inderdaad een spouwmuur gemaakt is.

Por (1938), 179.

Por (1938), 179.

Repertorium Grote Kerk; Gemeentearchief Breda, 1935; Archief RDMZ, ds. 328: Omschrijving uit te voeren werkzaamheden 1935, ds. 329: Omschrijving uitgevoerde herstelwerkzaamheden 1935-1944

Por (1940b), 206-207

Repertorium Grote Kerk; Gemeentearchief Breda, 1947; Archief RDMZ, ds. 330: Rapport betreffende beveiligingsmaatregelen der Grote Kerk te Breda tegen brand en Beschermingsmaatregelen der grafmonumenten, epitafen, muurschilderingen en glas-in-lood ramen tegen scherven bij aanvallen uit de lucht, 1939.

Archief RDMZ, ds. 330: 17/06/1940 brief van de inspecteur van kunstbescherming aan burgemeester van Breda.

Archief RDMZ, ds. 331: 1976-1978 betalingen aan Rovers.

Por (1940a), 229.

Archief RDMZ, ds. 331: Omschrijving van de uitgevoerde werken in 1960.

Archief RDMZ, ds. 329: 14/10/1949 aantekening.

Archief RDMZ, ds. 330: Aan RDMZ van adviescommissie voor het behouden van wandtapijten, wand- en gewelf- en glasschilderingen alsmede van sculptuur. Voorlopige Monumentenraad afdeling III Rijkscommissie voor de musea, 14/06/1955.

Archief RDMZ, ds. 330: 06/10/1955 brief van Rijkscommissie voor de musea aan de Rijkscommissie Monumentenzorg.

Archief RDMZ, ds. 330: 30/10/1956 brief van ir. J. de Wilde aan Rijksbureau voor de Monumentenzorg.

Repertorium Grote Kerk, Gemeentearchief Breda, 1957; Archief RDMZ, ds. 330: Verslag van uitgevoerde herstelwerk in 1957.

Archief RDMZ, ds. 330: Omschrijving uit te voeren werkzaamheden 1959.

Archief RDMZ, ds. 331: 11/04/63 brief van ir. J. de Wilde aan directeur RDMZ.

Archief RDMZ, ds. 330: Omschrijving van de uit te voeren restauratiewerken in 1954.

Repertorium Grote Kerk, Gemeentearchief Breda, 1957; Archief RDMZ, ds. 330: Verslag van uitgevoerd herstelwerk in 1957.

Archief RDMZ, ds. 330: Omschrijving van de uit te voeren werkzaamheden in 1959.

Repertorium Grote Kerk, Gemeentearchief Breda, 1957.

Archief RDMZ, ds. 330: 31/03/1961 brief aan Ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschap, van onbekend.

Archief RDMZ, ds. 331: brief van ir. De Wilde aan Rijksdienst Monumentenzorg.

Archief RDMZ, ds. 331: Verschillende betalingen.

Archief RDMZ, ds. 331: telefonische mededelingen 1970-1978.

Archief RDMZ, bibliotheek: 11/08/1977: aantekening H.H.J. Kurvers.

Archief RDMZ, bibliotheek: 15/01/1986 brief van H.H.J. Kurvers aan dhr. Jaure, nr MTA-86-04.

Archief RDMZ, bibliotheek: Meerjaren plan Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda, restauratie en onderhoud, november 1987, H.K.J.M. Esser (voorzitter Stichting Grote Kerk Breda), J.M.W. van de Garde (voorzitter Restauratiecommissie), F.J.C. Ruys (architect Buro Ruys Breda), J.J.M. Backx (opzichter Buro Ruys Breda), 17-18.

Archief RDMZ, bibliotheek: Meerjaren plan Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda, restauratie en onderhoud, november 1987, 19.

Archief RDMZ, ds. 331: 08/02/1993 brief Architectenbureau J. Van Stigt beschrijving rapport Haakma Wagenaar september 1988: Onderzoek naar oorzaken achteruitgang Annunciatie en restauratieplan.

Rapport Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap, Grote Kerk Breda restauratie en onderhoud schilderingen, W. Haakma Wagenaar, september 1991, 1.

Zie noot 64, 6-8,11-13.

Zie noot 64, 11.

Archief RDMZ, ds. 331: 23/01/1992 brief van Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwekerk aan Haakma Wagenaar (Centraal Laboratorium).

Archief RDMZ, bibliotheek: 09/06/1992 Architectenbureau J. van Stigt BV Amsterdam, Bouw/Restauratie Grote of Onze Lieve Vrouwekerk Breda, Definitieve Rapportage, 1-3.

Archief RDMZ, ds. 331: 08/02/1993 brief aan architectenbureau Van Stigt van Kurvers en Rouwenhorst (RDMZ).

Verslag van de 9e bijeenkomst van de klankbordcommissie van de Stichting grote of Onze Lieve Vrouwe kerk te Breda op 12 december 1996.

Leden van de klankbordcommissie: drs. P. le Blanc, Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland; drs. M. Burger, kunsthistoricus; prof. dr. C.W. Fock, Rijksuniversiteit Leiden; mw. drs. A. van Grevenstein, Stichting Restauratie Atelier Limburg; drs. F. Scholten, conservator beeldhouwkunst Rijksmuseum Amsterdam; prof.dr. C.A. van Swigchem, emeritus hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam, voormalig directeur RDMZ; dr. H.A. Tummers, Katholieke Universiteit Nijmegen.

12/09/1995 Verslag vergadering Klankbordcommissie in het architectenbureau J. van Stigt BV. te Amsterdam (herzien verslag).

14/08/1995 D. Schoonekamp, Conditie beschrijving en restauratievoorstel.

Voorlopig onderzoeksrapport Prinsenkapel van de Grote Kerk of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda.

zie noot 73; 25/09/1995 Stichting Restauratie Atelier Limburg, A. van Grevenstein, Voorlopig onderzoeksrapport Prinsenkapel van de Grote Kerk of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda.

zie noot 74.

Tratteggio is een retoucheertechniek waarbij de lege plekken ingevuld worden met fijne kleurstreepjes, die van dichtbij herkenbaar zijn, maar op een afstand in het geheel opgaan.

Archief RDMZ, ds. 331: 25/09/1995 RDMZ interne nota van H.H.J. Kurvers aan K.G. Rouwenhorst / J.J. Uppelschoten en G.W.C. van Wezel.

18/04/1996 Notulen van de 1e vergadering Gewelven Prinsenkapel van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda.

18/04/1996 Notulen van de 1e vergadering Gewelven Prinsenkapel van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda.

Archief RDMZ, ds. 331: 19/04/1996 nota RDMZ van Kurvers.

17/09/1996 Verslag van de 8e bijeenkomst van de klankbordcommissie van de Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda.

Brief H.H.J. Kurvers d.d. 10 oktober 1996 aan Anne van Grevenstein en Paul le Blanc.

Verslag van de 9e bijeenkomst van de klankbordcommissie van de Stichting grote of Onze Lieve Vrouwe kerk te Breda op 12 december 1996.

##submission.authorBiographies##

Paul le Blanc

Drs. Paul le Blanc was van 1974-1994 docent kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en van 1989-2000 directeur van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland. Zijn kunsthistorisch onderzoeksterrein betreft vooral de middeleeuwse monumentale schilderkunst in Nederland. De geschiedenis van de restauratieopvattingen speelt daarbij een belangrijke rol. Hij was als adviseur betrokken bij diverse restauratieprojecten.

Karen Wisselaar

Drs. Karen Wisselaar studeerde Kunstgeschiedenis & archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar studie werkte zij enige jaren als freelance tekstschrijver over kunst, cultuur en reizen. De afgelopen jaren heeft zij voor diverse musea in Friesland gewerkt op het gebied van pr, marketing en educatie. Momenteel is zij docent Kunstgeschiedenis/CKV aan het voortgezet onderwijs.

Hoe te citeren
LE BLANC, Paul; WISSELAAR, Karen. ‘Bijwerken, overschilderen, vernissen of vernieuwen’, honderd jaar restauratiegeschiedenis van de schilderingen. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 26-35, feb. 2010. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/leBlanc26>. Datum gebruik: 25 mei 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.109.2010.1.150.
Gepubliceerd
2010-02-01