De chalets van koningin Wilhelmina in de paleisparken van Het Loo (1881-1882) en Soestdijk (1892)

  • Paul Rem

Samenvatting

The chalets that were built for her in the grounds of the summer palaces Het Loo and Soestdijk featured prominently in the life of Dutch Queen Wilhelmina (1880-1962). The chalet at Het Loo was for playing and studying. She would also cook there and entertain guests. And she learned how to care for the animals and worked in the vegetable garden. The chalet in the grounds of Soestdijk was built during the regency of Wilhelmina's mother, Queen Emma. Wilhelmina was already twelve years old at the time, so there will have been less playing here. The Soestdijk chalet may have been used as a tea pavilion. At a later age, the Queen would use her chalets to write and paint. Until recently, the names of the architects of the chalets were unknown. Documents in the Royal House Archive in The Hague show that the chalet at Het Loo, a present from King Willem III to his daughter for her first birthday in 1881, had been designed by Lucas Hermanus Eberson (1822-1899). The chalet was constructed on the foundation of one of the summer houses that king-stadholder Willem III had built at the end of the 17 th century.

In 1888 and 1889 the small house was extended with a boudoir or dressing room and a kitchen. The chalet's overhanging pavilion roof opens up at the front in a gable end that references Swiss chalet construction. In the lunette above the French windows a crowned 'W' has been carved. Wilhelmina's chalet in the grounds of Soestdijk Palace was a birthday gift from her mother, queen dowager Emma. This chalet, built in 1892 after a design by government architect Jacob Pompejus Ernst Hoeufft (1842-1910), has never been altered.

Referenties

De rietgedekte boerenwoningen die koning Willem I in de late jaren 1820 in de parken van zijn zomerresidenties in het zuidelijke en het noordelijke deel van het Koninkrijk der Nederlanden liet bouwen voor zijn jongste kind, prinses Marianne, werden daadwerkelijk bewoond door een daartoe aangezochte boerenfamilie. Door actieve deelname maakte de prinses kennis met het boerenbedrijf. Ook het landelijke huisje dat koning Willem II omstreeks 1833 voor zijn dochter prinses Sophie in het park van Soestdijk liet optrekken was bedoeld voor zuivelproductie op kleine schaal. Haar drie broers kregen echter ieder een jachthuisje. Willem Bergé, ‘Monumenten in België met betrekking tot Koning Willem I’, in: Jaarboek Monumentenzorg 1993, Zwolle 1993, 109-111; Renny van Heuven-van Nes, ‘Prinses Marianne (1810-1883). De jonge Gelderse boerin van Het Loo’, in: Jaarboek Oranje-Nassau Museum 2001, Rotterdam/ Gronsveld 2002, 128-143. Prins Willem V liet in het laatste kwart van de achttiende eeuw in het park van Het Loo voor zijn zoon en dochter de Willemstempel en de Louisatempel bouwen.


Voor Ebersons projecten en zijn biografische gegevens wordt verwezen naar Karen Veenland-Heineman, ‘Lucas Hermanus Eberson (1822-1889), een “volkomen onbeduidende architect”?’ in: Leids Kunsthistorisch Jaarboek 1984, Delft 1985, 467-494; H.W.M. van der Wijck, De Nederlandse buitenplaats. Aspecten van ontwikkeling bescherming en herstel, Alphen aan den Rijn 1982, 391-399; Saur Allgemeines Künstler-Lexikon, dl.32, Leipzig 2002, 4; T.P.G. Kralt, Wielbergen en de familie Brantsen. De lotgevallen van een landgoed en Victoriaans landhuis in Angerlo, Zwolle 2008, 125-133. Eberson zelf publiceerde over zijn werk in de Bouwkundige Bijdragen.


J.M.W. van Voorst tot Voorst, ‘De Kunstzaal in Paleis Het Loo. I. De bouwgeschiedenis’, in: Antiek. Tijdschrift voor oude kunst en kunstnijverheid 15 (1980) 1, 9-29; ‘De Kunstzaal in Paleis Het Loo. II. De kunstzaal als “pantheon”’, in: Antiek. Tijdschrift voor oude kunst en kunstnijverheid 15 (1980) 2, 67-102; ‘De Kunstzaal in Paleis Het Loo. III. Pantheon van negentiende-eeuwse kunstenaars en letterkundigen’, in: Antiek. Tijdschrift voor oude kunst en kunstnijverheid 15 (1980) 4, 189-213.


Paleis Het Loo Nationaal Museum, RL3379-1 t/m -4; RL3380; RL3381; RL3382.


Tekening gepubliceerd in M.F. van Kersen-Halbertsma, ‘Het Koninklijk transport’, in: E. Elzenga (red.), Het Witte Loo. Van Lodewijk Napoleon tot Wilhelmina 1806-1962, tent.cat. Paleis Het Loo 1992-1993, 99.


Paleis Het Loo Nationaal Museum, RL3395.


Paleis Het Loo Nationaal Museum, RL3889 t/m RL3892.


E. van Heuven-van Nes, ‘De Badtent bij de grote vijver van Het Loo’, in: L.J. van der Klooster e.a. (red.), Oranje-Nassau Museum Jaarboek 1990, Zutphen 1991, 117-126.


Den Haag, Koninklijk Huisarchief (KHA), G24-3I, L.H. Eberson, ‘Journal, Affaires de S.M. le Roi Guillaume III au Palais du Loo’, 213: ‘Après ma réponse le Roi m’en dit qu’il avait plusieurs plans à faire. D’abord la construction d’un petit châlet pour la Princesse sur les fondation du Chineesche Koepeltje près du vieux Loo. Nous nous y sommes rendus, et l’après midi, j’en fait un projet qui plait au Roi.’


L. van Everdingen-Meyer, De lusthof het Loo van de Koning-Stadhouder Willem III en zijn gemalin Mary II Stuart, [Walter Harris] vertaling uit het Engels, Den Haag 1974, 70.


Den Haag, Nationaal Archief (NA), Nassause Domeinraad, Ordonnantiën, boek 999, fol.227r-227v: ‘Die van Raede en: Rekeningen van sijne Kone: Majt: van groot Brittagne gesien hebbende de bovenstaende rekeninge vande Mr: schilders Berchet ende Larisse, wegens ’t geene bij deselve op ordre vanden heere directeur desmarets tot den 15:Meij deses jaers 1694: gedaen en[de] verdient aen ’t schilderen ende leveren van eenige stucken schilderije voor ende ten dienste van sijne Majt: aende voilliere op desselfs huijs ’t Loo [etc] 415 gulden, 10 stuvers. 18:Meij 1694.’ Gérard de Lairesse zal niet betrokken zijn geweest omdat hij sinds 1690 blind was. Alain Roy, Gérard de Lairesse 1640-1711, Paris 1992, 52 en 132. In dit verband meld ik de werkzaamheden van een zekere Lares (Laires) in de koepel in het park van kasteel Rosendael omstreeks 1725. Vriendelijke medeling dr. J.C. Bierens de Haan.


NA, Archieven betreffende het kroondomein en de hofhouding van koning Lodewijk en de Franse keizer, inv.nr.109: [25 mei 1807] ‘Réparation des Pavillons octogones & chinoises, près la mena­gerie et le vieux Loo au chateau du Loo’; NA, Archief Kroondomein en hofhouding Lodewijk Napoleon, 1806-1813, inv.nr.104: Rekening 1808, nr.28: stoffering voor ‘deux maisons chinoises, 4.700.’


‘Kaart van het Koninglyk Loo zoals hetzelve zich bevond in den jaare 1806’, Maximiliaan Jacob de Man, Paleis Het Loo Nationaal Museum, RL2676; kaart door P. Broekhoven, 1812, NA, VTHR467. In de inventaris die in 1810 van Het Loo werd opgemaakt, wordt, behalve de meubelen in het ‘Pavillon Chinois’, ook een opsomming gedaan van de meubelen in het ‘Pavillon de Jardin’. Mogelijk is dit het tweede, toen nog bestaande restant van de oude volière. NA, Archief Kroondomein, en hofhouding Lodewijk Napoleon, 1806-1813, inv.nr.105, Inventaris Paleis Het Loo 1810, Pavillon de Jardin.


NA, Archief Kroondomein, en hofhouding Lodewijk Napoleon, 1806-1813, inv.nr.105, Inventaris Paleis Het Loo 1810, Au jardin-Pavillon Chinois; KHA, E9c-31, vier bladen met plattegronden van het ‘Pavillon Chinois au chateau du Loo’.


KHA, E9c-1199, Inventaris van het meubilair van Paleis het Oude Loo 1849, Chinesche Koepel. Tijdens zijn wandeltocht door Nederland merkte Van Lennep in 1823 het volgende op: ‘De met spiegels en glazen deuren versierde koepel van de oranjerie is bijzonder, maar de oranjerie zelf is minder opvallend, evenmin als het wildpark.’ Geert Mak en Marita Mathijsen (eds.), De zomer van 1823. Lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland, Zwolle 2000, 203. In 2000-2001 werd in het paleispark een achtkantige theekoepel opgebouwd, met gebruikmaking van bewaard gebleven achttiende-eeuwse onderdelen. De suggestie is wel gedaan dat de hoofdvorm teruggaat op één van de paviljoentjes van de volière van de koning-stadhouder, maar totnogtoe kan dat niet met zekerheid worden gesteld.


Enkele tekeningen zijn op 1880 gedateerd, terwijl de opdracht voor de bouw van een Châlet in dat jaar niet werd gegeven. Mogelijk bracht Neelmeijer deze datering later aan en vergiste hij zich.


KHA, G24-3I, L.H. Eberson, ‘Journal, Affaires de S.M. le Roi Guillaume III au Palais du Loo’, 216, 218, 222, 227, 228, 242, 247, 253, 257, 261.


KHA, G24-3I, L.H. Eberson, ‘Journal, Affaires de S.M. le Roi Guillaume III au Palais du Loo’, 324: [1888] ‘Il [Neelmeijer] m’adressant en même temps une lettre par laquelle il me donnant quelque détails des travaux (…) du châlet de la Princesse, qu’il executent aux ordres du Roi.’


KHA, E8-IVj-57, rekening H.F. Jansen & Zonen, levering 25 augustus 1888.


KHA, E9c-1145, Generale Inventaris van het koninklijk Paleis van het Loo over de jaren 1885-1890.


KHA, A47a-III-11 (1888), rekening 199, W. Grotenhuis, hofleverancier, Apeldoorn.


KHA, E8-IVj-56, (mei 1887), rekening 803, Koninklijke magazijnen van bouwartikelen, gereedschappen, koper en ijzerwaren enz. D.S.M. Kalker te Amsterdam.


KHA, E8-IVj-56, rek.48, juni 1888. De klok werd voor 34 gulden gekocht bij W.M. Pruijs, Horlogiën, Bijouteriën, Galanteriën in Apeldoorn.


Wilhelmina, Eenzaam maar niet alleen, Amsterdam 1959, 28.


Wilhelmina 1959, 29: ‘Moeder liet boven in het chalet bij de verbouwing een veranda voor mij inrichten, die een mooie wandbeschildering had en een oude deur met klopper.’ Voorts KHA, G24-3I, L.H. Eberson, ‘Journal, Affaires de S.M. le Roi Guillaume III au Palais du Loo’, 328: [4 juli 1889]. Koningin Emma keurde Stortenbekers plan goed (uitvoering door Lieman); voor de schoorsteen spiegelglas en bloemvazen. 327 [19 mei 1889]: ‘Reçu une lettre de W. Neelmeijer me disant que les travaux de la verandah au dessus la cuisine du châlet de la Princesse sont terminés au grd. contentement de la Reine.’ Apeldoornsche Courant, 31 augustus 1889.


KHA, A50 X-01, nr.8520, 22 april 1891, Acte met beschrijving van eigendommen van koningin Wilhelmina op Het Loo.


E. Saxton Winter, Toen onze Koningin nog prinsesje was, Den Haag 1911, 25-27, 99-101.


KHA, kaart ID-148.


Thijs Booy, De levensavond van koningin Wilhelmina, Amsterdam 1965, 113-114.


Saxton Winter 1911 (noot 27), 26.


Perpectivisch aanzicht en plattegrond voor een koetshuis in chaletstijl, in Bouwkundige Bijdragen 16 (1868), derde stuk, 197-202, plaat XIII.


KHA, G24-3I, L.H. Eberson, ‘Journal, Affaires de S.M. le Roi Guillaume III au Palais du Loo’, 214, 22 augustus 1881: ‘Le Roi m’a fait cadeau de 10 gravures de châlets qui pouraient m’être utile quelque fois mes clients en voudraient faire faire convenu.’


Bijvoorbeeld: ontwerp voor een bescheiden jachtslot, E.H. Gugel, Architectonische vormleer in vier delen, dl.I, Den Haag 1880.


Voor ‘De Zwaluw’: Bouwkundig Weekblad (1886), 121 en De Opmerker (1885) 97, 351.


KHA, E8-XI-B-14, rekeningen betreffende de bouw van het chalet.


KHA, E8-XI-B-15, rekening ‘De Zwaluw’, juni 1892.


In de Quitantien der Koningin voor juni 1892 is wel een nota opgenomen van J.H. Gijzen, meubelfabrikant-Hofleverancier te Den Haag, voor een ameublement, bestaande uit enkele tafels van diverse groottes, een ‘fantaisie etagere’ en een stoel met gevlochten riet in de rugleuning. Alles was van gepolitoerd Amerikaans grenenhout of wel pitchpine, waarvan ook de ‘bamboe’meubelen in de Toiletkamer in het Châlet op Het Loo waren vervaardigd. Mogelijk was Gijzens ameublement voor het chalet op Soestdijk bestemd. KHA, A47a-III-12 (1892).


W. Meulenkamp, E. Blok en T. Wit, ‘De cementrustieke brug van kasteel De Haar, een gemiste kans’, Bulletin KNOB 102 (2003) 1, 8-12.


Het chalet werd ook gebruikt door de jonge prinses Juliana: ‘Ook zij speelde dan in het poppenhuis en zelfs later, toen zij studente was, kwam zij hier met haar studiegenooten om eens heerlijk uit te ravotten. Het kindermeubilair had de Koningin-Moeder toen al weg laten zetten en de jongedames kregen gelegenheid in het poppenhuis zich zelf te zijn. Wat zal het vroolijke gelach der jonge onbezorgde menschen als muziek Koningin Emma in de ooren geklonken hebben!’ Paleis Soestdijk. De prinselijke woning, uitgave Bosch & Keuning, Baarn [1936], 37.

Biografie auteur

Paul Rem

Dr. P.H. Rem is sinds 1993 verbonden aan Paleis Het Loo Nationaal Museum, waar hij als conservator verantwoordelijk is voor de collectie meubelen en interieurtextiel. Hij studeerde Kunstgeschiedenis en Archeologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, met bouwkunst als specialisatie. Zijn eindscriptie had de verbouwing van Paleis Soestdijk in 1816-1821 door Jan de Greef als onderwerp. In 1998 promoveerde hij op het interieur van de Grote Kerk van Dordrecht en van de Laurenskerk van Rotterdam in de periode 1572-1625.

Hoe te citeren
REM, Paul. De chalets van koningin Wilhelmina in de paleisparken van Het Loo (1881-1882) en Soestdijk (1892). Bulletin KNOB, [S.l.], p. 49-58, apr. 2011. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Rem49>. Datum gebruik: 15 nov. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.110.2011.2.112.
Gepubliceerd
2011-04-01