Tapijtschilderingen in de Grote Kerk

  • Micha Leeflang

Samenvatting

This article is an adaptation of some reports made between 2005 and 2007 for the art-historical preliminary research into the restorations of the wall paintings in the main church in Breda. In addition, a proposal for restoration is given for the paintings dealt with, emphasizing the preservation of the representations. The first priority in all the paintings is consolidating loose paint and removing dirt from the surface. Subsequently, old putty is removed so as to expose the original painting as much as possible. During the restoration large voids will have to be filled up in a neutral shade – in a lighter shade than the original – so that the distinction between original and restoration remains visible.

On the south choir wall in the second bay of the ambulatory at the top three pairs of yellow cloth scissors are painted on a green field (illustration 1). As scissors were an important element in the textile industry, it is plausible that this chapel was painted on the instructions of the cloth guild (illustration 2). The various stages in the production process of the cloth were strictly inspected. These inspections were accompanied by affixing lead seals (illustration 3), which could be considered a full guarantee for the client. Around the scissors in the cloth- scissors chapel in Breda small circles are painted, which were not mentioned in the literature. Although the exact meaning is unknown, these circles could represent lead seals and could thus be a reference to the high quality of the products of the cloth guild in Breda.

Both on the second choir pillar at the southside and on the freestanding clustered pillar in the south ambulatory angels with a red cloth of honour are painted (illustration 7, 9 and 10). The former painting dates from approximately 1510-1520 and the latter from the second half of the sixteenth century. It is very likely that the red painted cloth of honour functioned as a background for a sculpture. In miniature art and in painting several examples are known of saints, Mary and Child, the Holy Family and the crucified Christ, placed in front of a cloth of honour.

Below the cloth of honour raised by angels on the second choir pillar at the southside is the representation of ‘Separating the sheep from the goats’ (illustration 8). It was probably created between 1540 and 1550. This scene is closely related to ‘The Last Judgement’, as described by Matthew (25: 31-46): ‘(...) And all the peoples will be gathered before Him, and He will separate them from each other, as the shepherd separates the sheep from the goats (...)’. It is a very remarkable representation and as far as I know no other examples of it have been preserved. Usually ‘The Last Judgement’ is represented with Christ as the Judge, sitting on a globe. On the painting in Breda a yellow ball is to be seen, but in view of the fragmentary state of the painting it is not clear whether this is the globe and whether Christ sat on it.

Referenties

Deze bijdrage is een bewerking van enkele verslagen die ik tussen 2005 en 2007 maakte ten behoeve van het vooronderzoek naar de restauraties van de muurschilderingen in de Grote Kerk te Breda. Ik ben Dirk J. de Vries erkentelijk voor zijn commentaar en suggesties.

J.R. van Keppel, Eenige wetenswaardigheden betreffende de Groote- of Onze Lieve Vrouwe Kerk te Breda, uit oude rekeningen medegedeeld, Breda 1904, p. 50; F.A.J.Vermeulen, De Bommeleren Tielerwaard, in De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Geïllustreerde Beschrijving, Den Haag 1932, 225; K. Wisselaar en P.M. Le Blanc in G.W.C. van Wezel (ed.), De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda,
Zwolle 2003, 297.

Zie onder meer: R. van Uytven (red.), Geschiedenis van Brabant van het hertogdom tot heden, Zwolle/ Leuven 2004.

Naar aanleiding van inspectie door Dorota Burgin en Micha Leeflang op 14 en 15 december 2006.

Tijdens de tussentijdse inspectie op 15 december werden langs de randen van enkele kalkvullingen door Dorota Burgin reeds enkele kleine stukjes met een scalpelmesje verwijderd om te zien of er nog sprake was van originele verf onder de vullingen. Dit bleek inderdaad het geval.

Met vriendelijke dank aan Dirk J. de Vries, zie ook: H. Janse en D.J. de Vries, Werk en merk van de steenhouwer, Zwolle/Zeist 1991, 70-73.

K. Wisselaar en P.M. Le Blanc in G.W.C. van Wezel (ed.), De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda, Zwolle 2003, 295-296. Bij cat. nr. 42 zijn de details van de engelen van de zuil die worden behandeld onder cat. nr. 71 afgebeeld en vice versa.

De exacte opbouw van de schildering zou tevens door middel van verfmonsters kunnen worden geanalyseerd. Tijdens de restauratie van de Joriskapel werden enkele monsters genomen door Arie Wallert. De dwarsdoorsnede van het monster van het groen van de achtergrondkleur van het gedeeltelijk vrijgelegde Sint Jorisschild op de zuidwand toont het gebruik van spherisch malachiet, een veel gebruikt zestiende-eeuws pigment (nr. RMA 139-6, Arie Wallert). Tijdens de inspectie van 14 en 15 december 2006 kon vanwege andere werkzaamheden geen steiger worden geplaatst. De in de tekst voorgestelde totstandkoming
van de drie schilderingen kan zodra de steiger is neergezet, worden getoetst met behulp een hoofdloep.

Zie hiertoe onder meer: Eredoeken in geperst brokaat, Brokaatimitaties op de koorzuilen in de Pieterskerk Leiden, Leiden 2003 en de bijdrage van Wisselaar en Le Blanc, elders in deze publicatie.

Nakijken hoeveel gaten er aanwezig zijn en op welke hoogte om op deze wijze een beter beeld te krijgen van het formaat van de sculptuur en of er tevens een baldakijn aanwezig was (vergelijkbaar met de reconstructie van de Pieterskerk in Leiden). Bij een gekruisigde Christus waren waarschijnlijk ook gaten aanwezig bij de handen.

Naar aanleiding van inspectie door Dorota Burgin en Micha Leeflang op 14 en 15 december 2006.

Idem.

K. Wisselaar en P.M. Le Blanc in G.W.C. van Wezel (ed.), De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda, Zwolle 2003, 354-355 (zie noot 7).

In verband met de veronderstelde oorspronkelijke aanwezigheid van een sculptuur zal, op het moment dat de steiger is geplaatst, moeten worden gekeken naar eventueel aanwezige gaten, die zijn aangebracht bij het bevestigen van de sculptuur.

Van Wezel 2003, 355. Angelique Friedrichs heeft over het persbrokaat in Leiden (Sint-Pieterskerk) en in de Grote Kerk in Breda een afstudeerscriptie voor de Stichting Restauratie Atelier Limburg geschreven (1979).

J. Kalf, De monumenten in de voormalige Baronie van Breda, in De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, Geïllustreerde Beschrijving, deel 1 (de provincie Noordbrabant), Utrecht 1912, 82; K. Wisselaar en P.M. Le Blanc in G.W.C. van Wezel 2003, 295-296.

Naar aanleiding van inspectie door Dorota Burgin en Micha Leeflang op 14 en 15 december 2006.

Biografie auteur

Micha Leeflang

Dr. Micha Leeflang is gepromoveerd op het materieel-technische kunsthistorische onderzoek Uytnemende Schilder van Antwerpen, Joos van Cleve: atelier, productie en werkmethode aan de Rijksuniversiteit Groningen (2007). Van 2005 t/m 2007 was zij betrokken bij het vooronderzoek naar en de verslaggeving van de restauraties van de muurschilderingen in de Grote Kerk te Breda. Tegenwoordig is zij werkzaam als conservator Oude Kunst in Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Hoe te citeren
LEEFLANG, Micha. Tapijtschilderingen in de Grote Kerk. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 39-46, feb. 2010. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Leeflang39>. Datum gebruik: 15 nov. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.109.2010.1.149.
Gepubliceerd
2010-02-01