Saxa loquuntur? Spankracht en draagkracht van eeuwenoude stadskerken

  • Marieke C. Kuipers TU Delft, Architecture

Samenvatting

Redesignation, wholly or partly, appears to be the magic charm to preserve church buildings. Consequently, attention has shifted from retrospective restoration to prospective intervention for contemporary uses. Most new interventions were designed as 'reversible' additions. The question is how much cultural elasticity churches have in order to bear the sometimes substantial interventions for the sake of exploitation without losing their power of expression as places of worship. Does it only concern the preservation of the 'speaking stones' or also the space in between or around them? Another question is whether the concept of 'compatibility', usually meant in a technical sense, can also be used in a wider sense for the assessment of the cultural-historical, functional and architectonic appropriateness of the interventions.

These questions are explored on the basis of seven monumental churches which are more or less comparable to the Rotterdam Laurenskerk. For the new 'ministry' for Nieuwe Kerk in Amsterdam Cornelis Wegener Sleeswijk aimed at congruity in use of material (natural stone) and a timeless-traditional form language, but in 1980 this approach was criticized as being too historicizing. Pieterskerk in Leiden was redesignated as a multifunctional centre and restored for the second time in 2010. Consolidation, prevention of wear and tear and modest contemporary additions were the guidelines here. In 1984-1987 after a long search for a new use, Nieuwkerk in Dordrecht was converted into a combination of social hostel and supermarket after a design of Theo van Halewijn. This resulted in an intervention in which the conflict of interests between monument values and consumer values is inevitably expressed. Grote Kerk in Veere has had many functions. In spite of architectonic contrasts, the recent conversion (2004) into a music podium by Marx & Steketee was executed with more respect for the historical structure and more attention for coherence than in the French Period. The whole complex emanates a functional serenity which also does justice to the eventful history of the church. Kruisherenklooster and Kruisherenkerk (monastery and church) in Maastricht also went through many new functions. In 2004 the transformation into design hotel and restaurant was completed. Here architect's office Satijnplus entered into a creative competition with the monument. The result is spectacular, but not undisputed aesthetically.

After the restoration of 1994, the tower of Eusebiuskerk in Arnhem, which was severely damaged during Operation Market Garden, was redesignated for hotel- and catering and tourist functions. A panoramic elevator was installed for this purpose (AGS architecten/Otis) contrasting in function and use of material with the historical substructure and running right across vaults and church bells. After the restoration (Van Hoogevest, 1979-1988) the Utrecht cathedral, Domkerk, was refurbished as 'Open Dom', inviting people to meet one another and be surprised. The tearoom was added in the side wing of the choir, projecting - as a compromise between present and past - into the cloister garth as a versatile bay window of metal and glass. After some discussion on the choice of material, this intervention was approved at the time because of the social objective and contemporary semi-transparent architecture. After a long period in which the maxims 'conservation takes precedence over renovation' and 'form follows function' dominated in the domain of preservation of monuments and historic buildings and of architecture, the current design assignment for architects in interventions is to create suitable links between old and new.

Referenties

T.H.M. van Schaik, Gebouwd op geloof, monumenten van religie, Amsterdam 2005, 2.

W.B.H.J. van de Donk, A.P. Jonkers, G.J. Kronjee en R.J.J. Plum, Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie, Amsterdam 2006 (Verkenningen Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 13), 191-236.

Zie: www.toekomstkerkgebouwen.nl.

Zie: www.cultura.nl/page/dossier/777403; N. Nelissen, Geloof in de toekomst! Strategisch Plan voor de Toekomst, Heeswijk 2008.

V. de Stuers, ‘Holland op zijn smalst.’, De Gids 37 (1873), 320-402. Naar dit artikel wordt nog steeds verwezen bij de Toelichting op de Monumentenwet.

Lid 2, ‘Met betrekking tot een kerkelijk monument wordt geen beslissing genomen ingevolge deze wet dan na overleg met de eigenaar’ (Zie: www.wetten.overheid.nl/BWBR0004471).

Vergelijk: W.J. Quist, Vervanging van witte Belgische steen. Materiaalkeuze bij restauratie, Delft 2011, 35.

Vergelijk: het interview van Marlite Halbertsma met Marinke Steenhuis in dit nummer, J. Roos, De ontdekking van de opgave, herontwikkeling in de praktijk, Delft 2007 en M.C. Kuipers, Het Architectonisch Geheugen, Delft 2010.

Vergelijk: W.F. Denslagen, Omstreden herstel. Kritiek op het restauren van monumenten, ’s-Gravenhage 1987.

Rijksbemoeienis met kerkenbouw en monumentenzorg:
1824 KB inzake nieuwbouw en verbouwing kerken
1840 Eerste rijkssubsidie voor herstel van een monument (Dom te Utrecht)
1903 KB inzake de beschrijving van de Monumenten van Geschiedenis en Kunst
1940 Wederopbouwbesluiten I en II van generaal W.G. Winkelman
1950 Tijdelijke Monumentenwet
1961 Eerste Monumentenwet
1988 Nieuwe Monumentenwet (decentralisatie)
1997 Brrm en Brom t.b.v. restauratie en onderhoud monumenten
2006 BRIM (vervangt Brrm en Brom)
2010 Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo)
2011 Wijziging Monumentenwet 1988
2011 Invoering Wabo (omgevingsrecht)
2011 Aankondiging nieuwe BRIM
M.C. Kuipers, ‘The Long Path to Preservation in The Netherlands’, Transactions of the Ancient Monuments Society (1998) 42, 13-34; J.A.C. Tillema, Schetsen uit de geschiedenis van de monumentenzorg in Nederland, ’s-Gravenhage 1975; Zie: www.cultureelerfgoed.nl

J. Kalf, Grondbeginselen en voorschriften voor het behoud, de herstelling en de uitbreiding van oude bouwwerken, Leiden 1917.

Vergelijk gelijknamig, oecumenisch kerklied van Huub Oosterhuis uit 1966; F.Z. Ort, Zomaar een dak... Hervormde kerkbouw tussen 1945 en 1995, Zoetermeer 1994; G. Bekaert, In een of ander huis. Kerkbouw op een keerpunt, Tielt/’s-Gravenhage 1967.

F. van der Helm (e.a.), Veiligheid in kerken, beheer en gebruik van monumentale kerkgebouwen, Zeist 2004.

Bijvoorbeeld: J.W. van Beusekom, Handreiking religieus erfgoed. Van kerkelijk gebruik tot herbestemming, Den Haag 2008; J. King en J. Cannon, Creativity and Care, modern works in English Cathedrals, Londen 2008; H. Maas en P. Bakker (red.), ‘Toekomst voor religieus erfgoed’. Behoudwaaier, Tilburg 2008; A. Schram, K. Doevendans en W. van Velsel (red.), Kansen voor kerkgebouwen: vragen en uitdagingen bij gebruik en herbestemming, Utrecht 2007; L. Tack, In ander licht: herbestemming van religieus erfgoed, Brussel 2008.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Een toekomst voor kerken. Handreiking voor het herbestemmen van vrijkomende kerkgebouwen, Amersfoort 2011.

E. Kurpershoek, De Nieuwe Kerk Amsterdam, Amsterdam 1999.

W.J. van Heuvel, ‘De Nieuwe kerk in Amsterdam weer “puntgaaf” na 25 jaar restaureren’, Polytechnisch Tijdschrift 35 (1980) 12, 699-705; G. Hoogewoud, ‘Enige opmerkingen over de voltooide restauratie van de Nieuwe Kerk te Amsterdam’, Bulletin KNOB 79 (1980) 4, 149-155.

De toenmalige kerkscheuring door toedoen van Abraham Kuyper (die zich als geschorste kerkvoogd toegang had verschaft tot de consistoriekamer door een paneel uit de deur te zagen) ontstond door een behoudende opvatting over het zuivere geloof. De uitgezaagde paneeldeur is naar het Rijksmuseum Het Catharijneconvent overgebracht; D. Damsma, ‘De Doleantie (1886)’, in: E. Kloek (red.), Verzameld verleden: veertig gedenkwaardige momenten en figuren uit de vaderlandse geschiedenis, Hilversum 2004, 121-124.

R. Steensma, Opdat de ruimten meevieren. Een studie over de spanning tussen liturgie en monumentenzorg bij de herinrichting en het gebruik van monumentale hervormde kerken, Baarn 1982.

Waarnemer, ‘”Nog 25 jaar herstel van monumenten’’ Pieterskerk praktisch pronkstuk’, Heemschut 58 (1982) 4, 69-70.

T. Pollmann, Herbestemming van Kerken. Een ontnuchterend relaas, Zeist/Den Haag 1995, 9-16; Zie: www.pieterskerk.nl

Pollmann 1995 (noot 19), 90-99, en eigen waarneming.

Tillema 1975 (noot 9), 268-269; T. Polderman, Geschiedenis van de Grote Kerk van Veere, Veere 2011.

Zie: www.muziekpodiumzeeland.nl

W.E.S.L. Keyser-Schuurman, Kruisherenklooster, Maastricht 1984; pandsdossier in archief RCE.

Zie: www.kruisherenhotel.nl.

A.G. Schulte, De Grote of Eusebiuskerk in Arnhem. IJkpunt van de stad, Utrecht 1994, 84-91.

T. Kralt e.a. (red.), Levende monumenten. Geschiedenis, instandhouding en hedendaags gebruik van Utrechtse binnenstadskerken, Utrecht 2008, 35-56.

Zie: www.herbouwdomkerk.nl.

Biografie auteur

Marieke C. Kuipers, TU Delft, Architecture
Prof. dr. M.C. Kuipers is sinds 2008 hoogleraar Cultureel Erfgoed bij RMIT aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft, na deze functie vanaf 2000 te hebben vervuld bij de Universiteit Maastricht aan de faculteit Maatschappij- en Cultuurwetenschappen. Daarnaast is zij sinds 1977 werkzaam bij de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed en zijn rechtsvoorgangers, tegenwoordig als senior-specialist Jongere Bouwkunst. Haar onderzoek is vooral gericht op de architectuur van de twintigste eeuw en de waarderingsgeschiedenis van het gebouwde erfgoed, mede in relatie tot de wederopbouw en de nieuwe interventies.
Hoe te citeren
KUIPERS, Marieke C.. Saxa loquuntur? Spankracht en draagkracht van eeuwenoude stadskerken. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 174-182, okt. 2012. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Kuipers174>. Datum gebruik: 25 mei 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.110.2011.5.76.
Gepubliceerd
2012-10-17