Van tuinpaviljoen naar koepelkamer; Geschiedenis en ontwikkeling van de Utrechtse Maliebaan

  • Patricia Debie

Samenvatting

At the beginning of the 17 th century the Utrecht Maliebaan is praised as an urban linear park for its dead straight design and the four rows of trees planted on both sides. The shady avenue was soon lined with playgrounds and pleasure gardens with small constructions called garden pavilions, domes or play houses, which served as comfortable summer residences. One of the first remarkable garden pavilions on the Maliebaan is House Descartes, probably co-designed by the philosopher Descartes himself. Influenced by his close contacts with the poet Constantijn Huygens and Stadhouder Frederik Hendrik, Descartes built an early classicist construction, clearly related in style to the play house of Honselaarsdijk from 1636, the Huygens House from 1637 and Hofwijck House from 1639. Affording a good view of the playing grounds and the passers-by, the domes of the garden pavilions were built across the Utrecht building line.

The double building line that was thus created on the Maliebaan was restricted in 1730 by a bye-law but is still visible in the present architecture. After 1820, modest country houses were built around Utrecht, the size of which kept to the middle between the 17 th- and 18 th-century Maliebaan pavilions and the larger country estates located at some distance from the city. Despite their rural pretentions, these small country houses had a dome room protruding from the façade and extending into the first floor. The development of an exclusive residential area in the former extension of the Maliebaan prevented affluent citizens from taking up residence in adjacent municipalities.

The relatively small playgrounds and pleasure gardens were combined into larger plots to accommodate bigger urban villas and townhouses. On the Maliebaan a building boom took place whereby the original domes were either demolished to make room for a new house or were integrated, although still recognisable, into the houses as dome rooms. The detached garden pavilions and domes on the Maliebaan gradually disappeared to be replaced with villas that had these protruding bay windows, so typical of Utrecht. These newly designed dome rooms, extending over several floors, can thus be regarded as reminiscent of the original 17 th- and 18 th-century garden pavilions.

Referenties

W.A.G. Perks, Geschiedenis van de Maliebaan, Utrecht 1971, 4.

M. Steenhuis e.a., Maliebaan - Utrecht. Cultuurhistorische verkenning en analyse, Schiedam 2009, 8.

C.C.S. Wilmer, Buitens binnen Utrecht. Voormalige buitenplaatsen in de gemeente Utrecht, Utrecht 1982, 76-79. H.R. van der Loo, R. Loozen, J. Oosterman, Buurt in balans. Levensstijlen in nieuw Oudwijk, Utrecht 1988, 25.

C. van Kasteel, Hoveniers, humor en heiligheid, Utrecht 2009, 8.

W.G.J.M. Meulenkamp, Theekoepels en tuinhuizen in de Vechtstreek. Overvloed & welbehagen, Weesp 1995, 52. Perks 1971 (noot 1), 24-25.

Rijken, H., De Leidse Lustwarande. Geschiedenis van de tuinkunst op kastelen en buitenplaatsen rond Leiden, 1600-1800, Leiden 2005, 23.

Rijken 2005 (noot 6), 81.

P. de la Court van der Voort, Bijzondere aenmerkingen over het aenleggen van pragtige en gemeene landhuizen, lusthoven, plantagien en aenklevende cieraeden...: waer by gevoegt is eene verhandeling aengaende het snoeyen en voortteelen van vrugt- en wilde boomen..., als mede om onfeilbaar ananas-vrugten, ook citroen-, limoen-, oranje-boomen en andere gewassen van warmer luchtstreek onder onze koude voort te queeken en te vermenigvuldigen, nevens een berigt om de benodigde weer-glazen daer toe te maken, nog beproefde waernemingen wegens het voorttelen van aerd- en warmoes-vruchten enz. enz. Alles in den tijd van vijftig jaren ondervonden, aengetekent, omstandig beschreven en met daertoe benodigde platen opgeheldert, Leiden 1737, 13-15.

B.O. van den Berg (e.a.), Theekoepels en tuinhuizen in de Vechtstreek en ’s-Graveland, s.l. 1980, 21,26.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 36-37.

Perks 1971 (noot 1), 24-25.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 16.

Wijck, H.J.M. van der, ‘Het landelijke aspect van de vroege hofsteden in Holland’, in: Bulletin KNOB 65 (1966) 5, 144.

Steenhuis e.a. 2009 (noot 2), 10.

Steenhuis e.a. 2009 (noot 2), 11.

Rijken 2005 (noot 6), 22.

Lodewijk XIV roemt tijdens zijn bezoek in 1672 de Maliebaan van Utrecht en ‘wilde hem graag mee naar Versailles nemen’. J.H. Kruizinga, 350 jaar Watergraafsmeer, Amsterdam 1979, 109. J.H. Kruizinga, L. Janszen en A.A. Kok, Watergraafsmeer. Eens een parel aan de kroon van Amsterdam, Amsterdam 1948, 162.

Perks 1971 (noot 1), 7.

Rijken 2005 (noot 6), 37.

T. Woerdeman en W. Overmars, ‘Parkbossen in de achttiende eeuw’, in: Groen 46 (1984) 3 (maart), 106.

Wilmer 1982 (noot 3), 75-76.

Kruizinga 1979 (noot 17), 110.

Het klooster is dichter bij de stad getekend dan de werkelijke situatie was. Dit was niet ongebruikelijk. De eigenaar betaalde de tekenaar hier vaak extra voor om daarmee zijn status, in dit geval de kerkelijke macht, te onderstrepen. Het Utrechts Archief, Cie. T.A. AB 42, Stedenatlas, Trajectum, kaart van Utrecht, G. Braun & F. Hogenberg, Keulen 1572.

Cartografie Rijksuniversiteit Groningen, Toonneel der Steden, Trajectum Utrecht, Johan Blaeu 1649-1652. www.let.rug.nl/~maps/sanderzwier/blaeu [geraadpleegd op 15 april 2010].

Steenhuis e.a. 2009 (noot 2), 46.

Verzamelplan Abstede Utrecht, 1811-1832, www.watwaswaar.nl [geraadpleegd op 15 april 2011].

Perks 1971 (noot 1), 35-40.

Perks 1971 (noot 1), 26.

Minuutplan Abstede, Utrecht, sectie A blad 01, 1811-1832, www.watwaswaar.nl [geraadpleegd op 15 april 2011].

De aantallen zijn herleid van de beschikbare tekeningen, hiervoor zijn geen verpondingregisters geraadpleegd.

Steenhuis e.a. 2009 (noot 2), 67.

Nederlandse Vestingsteden, www.vestingsteden.nl [geraadpleegd op 30 mei 2010].

H.R. van der Loo, R. Loozen en J. Oosterman, Buurt in balans. Levensstijlen in nieuw Oudwijk, Utrecht 1988., 29-33.

Het Utrechts Archief geeft 1640 als datering aan. Aanvullende onderzoeksgegevens tonen echter aan dat datering mogelijk vroeger is.

E., ‘Descartes’ huis in de Maliebaan’, in: Maandblad van Oud-Utrecht 5 (1930), 15.

Anonieme pentekening uit 1800-1820 van Huis Descartes (1636-1639) gemaakt naar voorbeeld van een andere tekening (nr. 35560; Koninklijk Huisarchief, inv.nr. MCS 349). Het Utrechts Archief, inv.nr. 30289.

R. Meischke, H.J. Zantkuijl en P.T.E.E. Rosenberg, Huizen in Nederland. Utrecht, Noord-Brabant en de oostelijke provincies, Zwolle/Amsterdam 2000, 128-129.

Meischke, Zantkuijl en Rosenberg 2000 (noot 37), 182, noot 349.

B. Olde Meierink, e.a. (red), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Utrecht 1995, 293.

Rijken 2005 (noot 6), 38.

K. Ottenheym, Philips Vingboons (1607-1678). Architect, Amsterdam/Zutphen 1989, 22-23, noot 88.

M. Glaudemans, Amsterdams Arcadia. De ontdekking van het achterland, Nijmegen 2000, 54-56.

T. van Strien e.a., Hofwijck. Het gedicht en de buitenplaats van Constantijn Huygens, Zutphen 2002, 81. R. Meischke, K.A. Ottenheym, ‘Honselaarsdijk: Tuin en park; speelhuis (1636) en Nederhof (1640-1644)’, in: Jaarboek Monumentenzorg 1992 (1993), 118-137.

R. Meischke, K.A. Ottenheym 1992 (noot 43), 125.

Meischke, Zantkuijl en Rosenberg 2000 (noot 37), 129.

Ottenheym 1989 (noot 4), 104.

Perks 1971 (noot 1), 24.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 57-58.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 107.

Van den Berg 1980 (noot 9), 28.

R. Meischke e.a., Huizen in Nederland. Amsterdam, Zwolle/Amsterdam 1995, 84.

De Fundatie van Renswoude was een weeshuis gesticht door Maria Duyst van Voorhout, Vrijvrouwe van Renswoude (1662-1754), waar getalenteerde weeskinderen klassiek onderwijs konden volgen dat in de achttiende eeuw nog niet systematisch werd onderwezen.

L. van Tilborgh, A. Hoogenboom, Tekenen destijds. Utrechts tekenonderwijs in de 18e en 19e eeuw, Utrecht 1982, 43-44.

Tilborgh en Hoogenboom 1982 (noot 53), omslagprent op achterzijde.

Tilborgh en Hoogenboom 1982 (noot 53), 61, 67.

Meischke e.a. 1995 (noot 51), 80-81.

Perks 1971 (noot 1), 40.

Scaramonische beelden zijn dwergen of groteske beelden, de sphera is een hemelbol en pedestallen zijn een voetstuk van een zuil.

Perks 1971 (noot 1), 25.

H. Venker, T. de Vries, Stageonderzoek Bebouwingsontwikkeling aan de Maliebaan. Kadasterlijst Onderzoeksgegevens 28 februari 2010, Gemeente Utrecht afdeling Cultuurhistorie, map 1, bijlage 1, 105-111. Op de beschikbare kadasterlijst zijn enkel de aangrenzende percelen van de Maliebaan geteld.

J.J. Terwen, K.A. Ottenheym, Pieter Post (1608-1669). Architect, Zutphen 1993, 238-239.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 48.

Perks 1971 (noot 1), 25.

Rijken 2005 (noot 6), 45-46.

Ottenheym 1989 (noot 41), 138-139.

Meischke en Ottenheym 1992 (noot 44), 122-124.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 53-56.

Het Utrechts Archief, Cie 34F, inv.nr. 66.

Het Utrechts Archief, Cie. onbekend, T.nr. 14, gedateerd 31 maart 1855.

Steenhuis e.a. 2009 (noot 2), 49.

Art. 12: Bouwverordening ‘bouwen en slopen, 1924-1899’. Het Utrechts Archief, toegang 1007-1, inv.nr. 1915.

Perks 1971 (noot 1), 31.

Meischke, Zantkuijl en Rosenberg 2000 (noot 37), 155-157.

Meulenkamp 1995 (noot 5), 68.

Tilborgh en Hoogenboom 1982 (noot 53), 77.
Van den Berg 1980 (noot 9), 14.

Biografie auteur

Patricia Debie

BSc. P.H.M. Debie BNT studeerde in 1992 aan de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein in Boskoop af als tuin- en landschapsontwerper. In 2008 heeft zij zich gespecialiseerd als parkconservator aan de Hogeschool Utrecht en tevens haar landschapsarchitectentitel behaald. Sinds 2000 voert zij een adviesbureau voor tuin- en parkrestauratie waar zij tuinhistorisch onderzoek en waardestellingen verricht en deze vertaalt naar (her)inrichtingsplannen. Momenteel volgt zij de Master Architectuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Hoe te citeren
DEBIE, Patricia. Van tuinpaviljoen naar koepelkamer; Geschiedenis en ontwikkeling van de Utrechtse Maliebaan. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 68-79, apr. 2011. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Debie68>. Datum gebruik: 24 sep. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.110.2011.2.105.
Gepubliceerd
2011-04-01