Openbaar en particulier. Amsterdamse weeshuizen en hun typologie

  • Lex Bosman University of Amsterdam, Humanities

Samenvatting

The diversity of religious denominations in the Dutch Republic also had consequences for institutions like orphanages in the seventeenth century. In Amsterdam the various religious denominations also interfered with the care of orphans whose parents had belonged to the religious denomination in question without having been burghers of Amsterdam. Because of the large number of orphanages a comparison of the architecture of these institutions in the seventeenth and eighteenth centuries is interesting. The urban orphanages, closely connected with the town, were by far the largest; in spite of this the Burgerweeshuis (public orphanage) was hardly visible because older, already existing buildings were used.

The Diaconie Weeshuis and the Aalmoezeniers Weeshuis, however, were given a large accommodation; from their architecture it is apparent that these were in fact also buildings owned by the town authorities. Both buildings were constructed on interesting locations in the town centre. Except for two entrances and a double amount of space in order to split the orphans into groups of girls and boys, there is hardly any recognizable typology noticeable in the group of orphanages as a whole. The nonurban orphanages were built in considerably less prominent places in town, compared to the urban institutions mentioned. An exception was the so-called Collegianten Weeshuis, which could move into an already existing building on Herengracht, where a second building was soon added in the inner courtyard because of the expansion necessary before long.

The most prominent orphanage built in the eighteenth century was the Maagdenhuis, constructed on Spui. Although it was a Roman Catholic institution, this architecture has an urban character. In the seventeenth century it is remarkable to mention that a naval warehouse and two orphanages showed architecture that was closely related to the newly built Town Hall on Dam square. It was not so much the function of the buildings that was the main concern, but rather the element of urban authority and power.

Referenties

1 Deze bijdrage is mede gebaseerd op de lezing ‘Dutch orphanages as public and as private commissions’ gegeven op het “Colloquium Bâtiments publics au XVIe-XVIII siècles II. Les écloes, les universités et les bâtiments des institutes socials ”, Utrecht 13 juni 2008.

2 J.Th. Engels, Kinderen van Amsterdam. Burgerweeshuis, Aalmoezeniersweeshuis, Diakonieweeshuis, Sociaal-agogisch Centrum, Zutphen 1989, 39-41; Anne E.C. McCants, Civic charity in a golden age: orphan care in early modern Amsterdam, Urbana etc. 1997, 63-88.

3 Vergelijk Jan de Vries & Ad van der Woude, Nederland 1500-1815. De eerste ronde van moderne economische groei, Amsterdam 1995, 763-767.

4 Joke Spaans, ‘Weduwen, wezen en vreemdelingen. Sociale zorg en tolerantie’, in: Thimo de Nijs & Eelco Beukers (red.), Geschiedenis van Holland. Deel II, 1572 tot 1795, Hilversum 2002, 265-273.

5 C.A. van Swigchem e.a., Een huis voor het woord. Het protestantse kerkinterieur in Nederland tot 1900, ’s-Gravenhage/Zeist 1984, 47-55; Maarten Prak, Gouden eeuw. Het raadsel van de Republiek, Nijmegen 2002, 221-242.

6 Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland. Gelderland, Zwolle/Zeist 2000, 125.

7 McCants 1997, 203-212.

8 Jan Wagenaar, Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, Tweede stuk, Amsterdam 1765, 276-277, 321, 332-333, 336-339, 341-343, 345-347. Vergelijk Willem Frijhoff & Maarten Prak (red.), Geschiedenis van Amsterdam. Vol. II-2 Zelfbewuste stadstaat 1650-1813, Amsterdam 2005, 135, 138-141.

9 Engels 1989, 26-18.

10 R. Meischke, Amsterdam Burgerweeshuis, ’s-Gravenhage 1975, 111-140.

11 Meischke 1975, 3.

12 R. Meischke, Amsterdam. Het R.C. Maagdenhuis, het huizenbezit van deze instelling en het St. Elisabeth-gesticht, ’s-Gravenhage 1980, 15-22.

13 Jaap Evert Abrahamse, De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw, Bussum 2010, 201.

14 Vergelijk Engels 1989, 34-37.

15 Pieter Vlaardingerbroek, Het stadhuis van Amsterdam. De bouw van het stadhuis, de verbouwing tot koninklijk paleis en de restauratie, diss. Universiteit Utrecht 2004, 68-69.

16 Abrahamse 2010, 201.Vgl. Engels 1989, 31-33.

17 Het aanzien van Amsterdam (samenst. Boudewijn Bakker & Erik Schmitz), tent. cat. Amsterdam 2007, cat. 25, 154-155.

18 Vergelijk Gea van Essen, ‘Daniel Stalpaert (1615-1676) stadsarchitect van Amsterdam en de Amsterdamse stadsfabriek in de periode 1647 tot 1676’, in: Bulletin KNOB 99 (2000), 101-120; Abrahamse 2010, 256.

19 J.J.L.J Happee, Meiners, Marco Mostert (red.), De Lutheranen in Amsterdam 1588-1988, Hilversum 1988, 77-78.

20 Meischke 1980, 75-76, 99-101.

21 Vergelijk Lex Bosman, ‘Het ‘Hodshon Huis’ in Haarlem en het oeuvre van Abraham van der Hart’, in: Vereniging Hendrick de Keyser. Jaarverslag 2008, 61-62; Lex Bosman, ‘Van Amsterdam naar Berbice. Koloniale bestuursgebouwen als nieuwe ontwerpopdracht voor Abraham van der Hart’, in: Bulletin KNOB 107 (2008), 212-213, 221-222.

Biografie auteur

Lex Bosman, University of Amsterdam, Humanities

Prof.dr. Lex Bosman is hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. In onderwijs en onderzoek richt hij zich op de architectuur van de middeleeuwen en de nieuwe tijd, in het onderzoek vooral op de toepassing van spolia in Rome en elders. Onder meer zijn boek ‘The Power of Tradition. Spolia in the Architecture of St. Peter’s in the Vatican’ (Hilversum 2004) is hieruit voortgekomen. Hij publiceert ook over achttiende-eeuwse koloniale architectuur. De betekenissen en de typologieën van architectuur zijn belangrijke aandachtsgebieden in zijn werk.

Hoe te citeren
BOSMAN, Lex. Openbaar en particulier. Amsterdamse weeshuizen en hun typologie. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 141-146, aug. 2010. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Bosman141>. Datum gebruik: 19 nov. 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.109.2010.4.133.
Gepubliceerd
2010-08-01