Kasteelruïne Valkenburg. Van overgroeide steenhoop tot geconsolideerde ruïne

  • Tammo C. Bauer TU Delft, Architecture

Samenvatting

In the introduction the unique character of Valkenburg castle is pointed out in comparison with other castles and ruins in the Netherlands. As it is an elevated castle (rare for the Netherlands) it does not fit in with the typo-chronological outline of H.L. Janssen. Because of the complicated building history of Valkenburg castle with its numerous building periods, it takes up a special place in Dutch building and architectural history.

A consolidation campaign in progress at the moment offered a good opportunity to pay renewed attention to the large changes the ruin went through during the past 150 years. The consolidation periods will be investigated, the accompanying restoration ethics and the building-historical and archaeological research – which, for that matter, will not be discussed as regards content.

The castle, built around 1115, was repeatedly destroyed and subsequently built up again; for the last time shortly after 1644, until finally in 1672 the definitive end came when the troops of the States General destroyed the complex almost completely. For two centuries it remained a desolate heap of rubble. The rise of tourism, as well as the growing interest in preservation of monuments and historic buildings resulted in an increasing number of visitors and for the first time consolidation, or even restoration were considered.

However, reconstruction proved to be unfeasible due to lack of funds. From 1900 onwards the local VVV (Tourist Information Office) stimulated the opening and exploitation of the ruin; after 1924 this task was taken over by the ‘Stichting Kasteel van Valkenburg’. From 1920 onwards a lengthy consolidation procedure followed under the direction of the architect W. Sprenger; first a huge amount of rubble had to be cleared, followed by restoration of the surviving walls. From 1935 until after the war excavations also took place, in which several older building periods were brought to light. In the fifties for the first time stratigraphic research was also carried out at the inner courtyard.

After 1972 a second restoration period followed in which the polygonal towers uncovered much earlier were consolidated. In connection with this an extensive archaeological research was carried out at the inner courtyard with surprising results. The oldest phase – a rectangular tower destroyed in 1122 – was discovered during this research. At the moment (2010) a third consolidation phase is in progress, notably aimed at technical restoration. Research plays a minor part in this.

Referenties

1 Een kasteel is per definitie een (multifuntioneel) bouwwerk dat ingericht is op zowel bewoning als verdediging. De verhouding tussen deze twee hoofdelementen verandert in de loop der tijd ten gunste van (steeds luxueuzer) bewoning. Het kasteelwerd bewoond door een (adellijk) Heer met zijn directe familie en dienstlieden.

2 Van 2006-2011, is in hoofdzaak gericht op bouwtechnisch herstel.

3 Onder andere: Th. Dorren, Het kasteel van Valkenburg, zijne geschiedenis, legenden en sagen, Gulpen 1913 (herz. druk in 1917); J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, Valkenburg, Stichting ‘Kasteel van Valkenburg’, 1951; J.G.N Renaud, Het kasteel van Valkenburg, Overloon 1979 (NKS reeks nr. 39); J.G.N Renaud, ‘Over de bouwgeschiedenis van het kasteel van Valkenburg, verantwoording van een tussenbalans’, in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 120(1984), 284-308; en meest recent in: W. Hupperetz, B. Olde Meierink en R. Ronnes (red.), Kastelen in Limburg, Utrecht 2005, 394-397. S. Corsten, ‘Die Herren von Valkenburg (ca. 1000-1364)’, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limburg CXX(1984), 162-201. A.C.M. Kappelhof, ‘De heren en drossaarden van Valkenburg (1365-1672)’, Jaarboek: Stichting “Historische Studies”in en rond het Geuldal, nr. 1, 1991, 7-75.

4 Van de Venne 1951, 38 e.v., Dorren 1917, 34. Deze lijst is overigens wel aan herziening toe.

5 In het typo-chronologische schema van H.L. Janssen wordt het gerekend tot de groep ‘vroege residenties’. Dit schema geeft een chronologisch overzicht van de vormontwikkeling van kastelen gekoppeld aan het niveau (status) van de bouwheren, uit H.L.Janssen, ‘Tussen woning en versterking’, in: H.L.Janssen (ed.), 1000 jaar kastelen in Nederland, vorm en functie door de eeuwen heen, Utrecht 1997, 18.

6 Uit deze periode zijn in Brussel een aantal rekeningboeken bewaard, die belangwekkende bouwkundige informatie kunnen bevatten (hernieuwd onderzoek is zeker gewenst).

7 Van de Venne 1951, 35.

8 Van der Venne 1951, 61, Dorren 1917, 35.

9 Van de Venne 1951, 36.

10 Dit bleek uit de bijdrage van de historicus A. Corten aan het (bouw) historisch onderzoek van kasteel Schaloen omstreeks 1980.

11 J. Craandijk, Wandelingen door Limburg 1883, 69-79; de windvaan zou al uit 1863 dateren.

12 H.Berens (red.), P.J.H. Cuypers (1827-1921) Het complete werk, Rotterdam 2007, 291. De tekeningen bevinden zich in het NAI te Rotterdam, archief Cuypers.

13 Berens 2007, 309.

14 H. Witte, Het Geuldal, In en om Valkenburg, Leiden 1898, 15-18.

15 1906, ontwerp C.C.H. Muller, met een fantasievolle aanvulling van de kantelen, Archief vereniging Het Geuldal.

16 Als een stamslot voor H.M. de koningin.Vanwege bezwaren binnen het kabinet ging dit niet door: zie Van de Venne 1951, 38.

17 Van de Venne 1951, 39.

18 Archief Katakombenstichting en Limburgse Koerier 1922.

19 Limburgse Koerier, 4 februari 1922.

20 Archief Stichting kasteel van Valkenburg en archief Katacomte benstichting. Uit de statuten: het belangrijkste artikel (2) zegt dat de stichting ten doel heeft het in eigendom verkrijgen, in stand houden, bestuderen, inrichten, beheren en exploiteren van de ruïne genaamd Kasteel van Valkenburg, Limburg en eventueel van andere onroerende goederen.

21 De overdracht vond plaats op 30 oktober 1924; Van de Venne 1951, 40.

22 Archief Stichting kasteel van Valkenburg, inv. nr. 152, 156 (tekeningen), 157 (jaarverslagen).

23 Maasgouw, tijdschrift van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) 1921. october 1922, 78-79; 1926 nr. 3,4 19-20 ; t/m 1929 elk jaar een kort bericht; 1930, 16-18.

24 Deze opening voor een privaatkoker is zo genoemd vanwege een bezoek van koningin Wilhelmina in 1896.

25 Bij de recente consolidatie in 2006 heeft men zich hier niet meer aan gehouden, getuige de foutief herstelde hoek die ooit door Sprenger van een tand was voorzien en nu een kaarsrechte hoek heeft.

26 Met behulp van de maandrapporten zijn de vorderingen goed te volgen dankzij de bijgevoegde schetsen, plaatsruimte laat helaas niet toe deze hier te publiceren.

27 Deze beproefde methode heeft men nog geruime tijd volgehouden; indien voorkomen wordt dat er struiken gaan groeien werkt deze uitstekend. Bij huidige consolidaties is het nog maar beperkt toepasbaar, mede vanwege de Arbowet (het grasmaaien op de top van de muren is vanwege veiligheidsredenen niet meer toegestaan).
28 Waarschijnlijk diende de koker juist voor de aanvoer van goederen zoals bijvoorbeeld brandstof voor de keuken.

29 Rapport en Documentatie Jörg Soentgerath (RCE Amersfoort).

30 Blauwdrukken in archief van de Stichting (inv. nr. 154, 155, 156). De overzichtstekeningen werden ten dele vervaardigd op basis van de opmetingen van Cuypers uit 1889.

31 Van de Venne 1951, 46-49. In 1936 en 1937 volgde nader onderzoek van de vluchtgangen door D.C. van Schaik en J. Crolla, bestuursleden der Stichting. Verslag hiervan: Ir.D.C v Schaik, ‘De vluchtgangen van het kasteel van Valkenburg’, ín: Historia 3(1937), 6.

32 Jaqco Silverentant, De gangen onder het kasteel van Valkenburg, Valkenburg 2009.

33 Van de Venne 1951, 43 en de hernieuwde studie in ‘Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal’, Jaarboek 1991, 7 –64.

34 Kalf 1915, gepubliceerd 1917, zie nummer XI XIII XVI; ontleend aan Vincent van Rossem, ‘Het Vaderlands Gevoel’, visies op het Muiderslot, in: Jaarboek Cuypersgenootschap 2008, 9-10.

35 Archief stichting Kasteel van Valkenburg, en pandsdossier RCE.

36 Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 8 1957-1958), 172-178.

37 Er is hierover veel correspondentie in het pandsdossier van de RDMZ (RCE) en het archief van de Kasteelstichting.

38 Een tweejaarlijks internationale bijeenkomst van kastelendeskundigen, in dat jaar gehouden te Venlo.

39 De brandlagen van de verwoesting door de Duitse keizer waren hier duidelijk aantoonbaar.

40 De auteur was vanaf 1974 bij dit project betrokken; De resultaten van dit onderzoek hopen H.L. Janssen en de auteur binnen afzienbare tijd te publiceren.

41 Bedoeld om het publiek meer inzicht te geven in de zeer complexe bouwgeschiedenis. Het probleem hierbij is dat de gereconstrueerde bouwdelen nooit gelijktijdig hebben gestaan.

42 In tegenstelling tot de tijd van W. Sprenger waren er helaas geen maandrapporten of andere verslagen, globale data uit eigen ervaring en losse verslagen.

43 De Stichting had steeds een grondwerker en een metselaar in eigen dienst.

44 Briefwisselingen tussen Stichting en RDMZ, zie pandsdossier RCE 1985.

45 Renaud 1984. ‘Verantwoording van een tussenbalans’, Publications 120 1984). De door Renaud vervaardigde profieltekeningen zijn helaas tot heden niet teruggevonden, niet bij de RCE en niet bij de NKS.

46 De hoek bleek enige meters meer naar het noorden te liggen. De beukenhaag, in 1963 geplant, die de vermoede positie van de ringmuur moest markeren, bevindt zich dus niet op de juiste plaats.

47 Geconsolideerd in 1989.

48 Huidige plannen hebben voornamelijk betrekking op de verbetering van de toegang en de vernieuwing van het restaurant op de Haselder hof. Eventuele herbouw of zelfs maar aanduiding van funderingen staat niet op het programma, en dientengevolge helaas ook geen vervolgonderzoek.

49 Uitgevoerd door de RCE uit Amersfoort, (verslag is nog niet verschenen). De gezochte funderingsaanzet van de wolfstoren werd echter niet aangetroffen.

50 Met dank aan H. Kwakkernaat (Archeologische werkgroep Valkenburg) voor de uitvoering en de documentatie.

Biografie auteur

Tammo C. Bauer, TU Delft, Architecture

Ir. Tammo C. Bauer studeerde in 1974 af aan de Technische Hogeschool Delft, afdeling Bouwkunde, afstudeerrichting architectuur. Sinds 1979 is hij als bouwhistorisch onderzoeker werkzaam bij het Werkverband Restauratie – momenteel de afdeling RMIT – van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op de bouwhistorische ontwikkeling van kastelen.

Hoe te citeren
BAUER, Tammo C.. Kasteelruïne Valkenburg. Van overgroeide steenhoop tot geconsolideerde ruïne. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 65-75, mei 2010. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/Bauer65>. Datum gebruik: 22 mei 2018 doi: https://doi.org/10.7480/knob.109.2010.2/3.136.
Gepubliceerd
2010-05-01