Het tiengebodenbord in de Grote Kerk van Leerdam, een koninklijk kerksieraad

  • Paul Rem

Samenvatting

The large, wooden panel inscribed with the Law of Moses in Leerdam’s Grote Kerk is a striking example of a ‘Ten Commandments panel’, a common decorative element in Dutch churches after 1572, the year in which the Northern Netherlands rebelled against Spanish rule. This year also marks the switch from Roman Catholicism to Protestantism as the public religion of the young Dutch Republic. In church buildings elements associated with Catholic worship made way for large and richly decorated panels bearing biblical texts, of which the text of the Ten Commandments was by far the most popular. Of the 223 known examples 155 are still to be found in church buildings today. The Ten Commandments panel in Leerdam’s late-medieval church is distinguished by its baroque monumentality, by the presence of the date 1698, and by the coat of arms of the Stadholder William III (1650-1702), Prince of Orange and King of England, Scotland and Ireland, who also bore the title of Count of Leerdam. The customary location for a panel with the Law of Moses is the boundary between choir and nave. It was in the choir that the Lord’s Supper was usually celebrated, the sacrament recalling Christ’s sacrifice in both Roman Catholic and Protestant worship. The panel with the Ten Commandments, usually affixed to the choir screen above the entrance to the choir, refers to the mercy of Christ, who fulfilled the Law through the shedding of His blood. A fine example of this placement in the early Protestant period can be found in Leiden’s Pieterskerk.

The panel in the church in Leerdam was originally located above the western entrance to the nave and formed a unit with the portal. In the eighteenth century it was placed above a new wooden porch in the choir screen, but after this later addition was removed during the most recent restoration of 1957-1960, the panel was relocated to the north transept where it now stands against a blank wall. The lower double door zone has been replaced by oak panelling. The panel’s most distinctive feature is the sculpted, painted and partially gilded coat of arms of William III in the broken, segmental pediment above the classicist framing of the twin tablets of the Law. The shield is flanked by the ornaments of the Order of the Garter, while the plinth bears the monogram W : R (Willem Rex).

 There is currently no evidence to suggest that the panel was gifted to the church by William III in his capacity as Count of Leerdam. Nor is the motivation for placing the panel in the church entirely clear. Whereas painted glasses, organs and baptismal and Lord’s Supper utensils decorated with the coat of arms of members of the House of Orange-Nassau are generally considered to be gifts, that is probably not the case for panels inscribed with biblical texts and decorated with the Orange-Nassau coat of arms. It is more likely to have been an act of homage to high authority, in the case of Leerdam a tribute to its count, William III.

Referenties

1 P.H. Rem, ‘Het gezuiverde kerkgebouw’, in: H. Leeuwenberg, H. Slechte en Th. van Staalduine (red.), De Reformatie. Breuk in de Europese geschiedenis en cultuur, Zutphen 2017, 172-178.
2 Voor aspecten van het protestants kerkinterieur in ons land, met daarin aandacht voor het Tien Geboden-bord, verwijs ik naar C.A. van Swigchem, T. Brouwer en W. van Os, Een huis voor het Woord. Het Protestantse kerkinterieur in Nederland tot 1900, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist/Den Haag, 1984.
3 J. Reitsma en S.D. van Veen (eds.), Acta der Provinciale en Particuliere synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620, 3e deel, Groningen 1894, 210.
4 P.M. van Gent, Leerdam door de eeuwen heen, Leerdam 1937, 171. ‘In dat selve jaar [1760] heb ik in de maand October de Wet, die in de kerk aan den toorn stond afgebrooken en in het oosten geplaatst en den orgel afgebrooken en aan den toorn geplaatst en dat had ik aangenomen voor 55 gulden, maar ik had reykelijk voor soo veel geld aan buytenwerk.’ Volgens Van Gent zou het originele dagboekje in 1937 in het bezit zijn geweest van de nazaten van De Wit.
5 Het Wetsbord komt ook voor op een schematische voorstelling van het koor, gezien vanuit het schip, 1954. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), panddossier Grote Kerk van Leerdam, RM24039-240340, 1932-1969, Architectenbureau G. en Ir. T. van Hoogevest, Amersfoort, blad 3.
6 Een parallel met de Leerdammer situatie in 1698 laat de Goudse Janskerk zien, waar in 1610 twee zeer grote tafelen der Wet als losse borden tegen de torenmuur, boven de toegang tot het schip, werden aangebracht. Deze borden zijn bij de komst van het grote orgel naar een andere locatie in de kerk overgebracht en ze bestaan nog steeds.
7 Van Gent 1937 (noot 4), 184. Het gebeeldhouwde wapen werd toen hersteld: ‘Het wapenbord viel in 1910 aan gruzelementen en het is aan onzen stadgenoot wijlen Dubel gelukt, het oude bord weer te herstellen.’
8 Tijdens de vergadering van de restauratiecommissie van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg op 14 februari 1955 stelde C.A. Baart de la Faille dat het bord behouden diende te blijven, nu besloten was het portaal weg te breken. RCE, panddossier Grote Kerk van Leerdam, RM24039-240340, 1932-1969, nr. 533.
9 Door de auteur is geen voorbeeld van een oudere tekst van de tien geboden in het kerkinterieur aangetroffen dan de kolomschilderingen in de Goudse Janskerk, die 1573 zijn gedateerd. De meeste van de getelde borden en schilderingen van de tekst van de tien geboden komen nog steeds voor in de kerkgebouwen waarvoor ze zijn bedoeld. Van andere weten wij dat ze bestonden doordat ze voorkomen op geschilderde kerkinterieurs die mogen worden beschouwd als min of meer betrouwbare weergaven van het historische kerkinterieur. In de meeste gevallen kan de werkelijke aanwezigheid worden gestaafd door mededelingen in de kerkmeesters- en kerkvoogdijarchieven, aanwezig bij de auteur.
10 P.H. Rem, De inrichting van de Grote Kerk van Dordrecht en van de Laurenskerk van Rotterdam, 1572-ca. 1625. Bijdrage tot de kennis van het kerkinterieur van de Nederduits-gereformeerden in de eerste halve eeuw na de erkenning van hun gezindte als publieke kerk, dissertatie Vrije Universiteit Amsterdam, 1998, deel I, 163-166.
11 P.H. Rem, ‘De koorhekbekroning in de Haarlemse St. Bavo na de Reformatie’, Bulletin van de Stichting Oude Hollandse Kerken (1987) 24, 20-24.
12 Steensma telt tachtig nog bestaande tiengebodenborden in de kerken. Regnerus Steensma, Protestantse kerken. Hun pracht en kracht, Bornmeer 2013, 164.
13 In de provincies Drenthe, Limburg en Flevoland zijn mij op dit moment geen kerken bekend waar een tekst van de tien geboden als zinvol kerksieraad is aangebracht.
14 H. de Keyser, Architectura Moderna ofte Bouwinge van onsen tyt [etc.], Amsterdam, bij C. Danckertsz, 1631, plaat 10, links.
15 Regionaal Archief Gorinchem, Oud-Archief van de Gemeente Leerdam, II-261, bijlagen tot de rekeningen van de burgemeesters 1695, fol.16v en II-262, bijlagen tot de rekeningen van de burgemeesters 1698, fol.15r.
16 N. Japikse (red.), Correspondentie van Willem III en van Hans Willem Bentinck eersten graaf van Portland, tweede gedeelte, deel III, ’s-Gravenhage 1937, R.P.G., kleine serie, 28, 47.
17 De mededeling dat de koning-stadhouder voor het bord heeft betaald, zoals in C.L. van Groningen, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk, Zeist/ Den Haag 1989, 330, wordt helaas niet gestaafd met bronvermelding.
18 Nationaal Archief (NA), 1.08.11, Nassause Domeinraad, Inleiding op het archiefblok, deel 6-VI, Leerdam. Rentmeester van Leerdam, Acquoy en Schoonderwoerd was Jan Adriaen Saagman.
19 Voor dit onderzoek zijn de Ordonnantieboeken 1000 (1695)-1002 (1703) van de Nassause Domeinraad geraadpleegd,. NA, 1.08.11.
20 J.R. ter Molen, ‘Het Huis van Oranje – kunst en religie’, in: K. Apperloo-Boersma en H.J. Selderhuis (red.), God, Heidelberg en Oranje. 450 jaar Heidelbergse Catechismus, Utrecht 2013, 180-191.
21 P.H. Rem, ‘Eregestoelten voor het Huis Oranje-Nassau in de Nederlandse kerkgebouwen’, in: Apperloo-Boersma en Selderhuis 2013 (noot 20), 193-202.
22 Aan een recent verzorgd overzicht van glazen die door Oranje zijn geschonken kunnen de volgende worden toegevoegd, volgens gegevens in de Ordonnantieboeken van de Nassause Domeinraad, NA, 1.08.11. Door prins Frederik Hendrik geschonken wapenglas aan de kerk van Purmerland, tijdens de herbouw van de kerk, 1641 (993, fol.45r); de kerk van Wateringen, 1643 (993, fol.201r); de kerk van Beverwijk, 1645 (993, fol.290v); de Grote Kerk van Middelharnis, 1645 (993, fol.295r); de kerk van Nieuwendam, 1645 (993, fol.295r) en de kerk van Piershil, 1645 (993, fol.301v). E. van Heuven-van Nes (red.), Nassau en Oranje in gebrandschilderd glas, Hilversum 2015.
23 NA, 1.08.11, Nassause Domeinraad, inv.nr. 5400, Handvesten voor de stad en het graafschap Leerdam, verleend door Willem III, 1698, concept nieuwe keuren, 21 februari 1698.
Hoe te citeren
REM, Paul. Het tiengebodenbord in de Grote Kerk van Leerdam, een koninklijk kerksieraad. Bulletin KNOB, [S.l.], p. 17-26, sep. 2019. ISSN 2589-3343. Beschikbaar op: <https://journals.open.tudelft.nl/index.php/knob/article/view/3962>. Datum gebruik: 09 dec. 2019 doi: https://doi.org/10.7480/knob.118.2019.3.3962.
Gepubliceerd
2019-09-24